Agressie bij kinderen

Elk kind heeft een gezonde dosis agressie en geweld nodig om zijn leefwereld te ontdekken en om bij te leren. Groeien is ook opkomen voor jezelf, zorgen dat andere je respecteren. De levensenergie die een kind daarvoor aanspreekt, kan ook schade berokken. In dat geval spreken we van geweld.

Agressie is periodiek, grensoverschrijdend, buitensporig negatief gedrag t.o.v. zichzelf en de andere. Het is een schreeuw om aandacht.


soorten van geweld
  • fysieke
  • verbale
  • non-verbale
  • zelfpijniging
We moeten de kinderen leren om zich anders te uiten dan agressief gedrag. Sport en spel zijn goede uitlaatkleppen. De omgeving speelt ook een belangrijke rol. Gebrek aan regels, echtscheiding, ruzies enz.

Hysterisch gedrag: je kunt het kind dan niet kalmeren, enkel wachten. Negeren van het kind is fout, het kind moet beseffen dat zijn gedrag niet kan. Verneder of verwijt het kind niet, maar geef aan dat zijn gedrag fout is. Vergeet niet dat de kinderen moeten geholpen worden, ze moeten leren deze agressie te doorbreken. En daar is veel geduld voor nodig.


Hoe voorkom je geweld?
  • structuur bieden: vaste regels, grenzen afspreken,.. Beloon en waardeer positief gedrag.
  • luister, geef verantwoordelijkheid en vertrouwen, wees oprecht, geef je eigen fouten toe en vertel over je eigen gevoelens.
  • verveling vermijden
  • expressie stimuleren
  • samen spelen, samen dingen doen
  • liefde en sympathie tonen is belangrijk.
  • consequent reageren op agressief gedrag.
  • help kinderen ruzie en conflicten op te lossen. Leer ze hun boosheid en hun verdriet te uiten zonder dat ze iemand pijn doen.
  • geef zelf het goede voorbeeld
Het kind is agressief .Wat moet ik doen?
  • reageer rustig en beheerst. Zorg voor een afkoelmomentje
  • uit je verontwaardiging over zijn gedrag. Doe dat met een ik-boodschap. Daarmee veroordeelt u zijn gedrag, niet zijn persoonlijkheid
  • vraag het kind hoe het komt dat het zich zo gedraagt. Doe dat niet bestraffend of bedreigend.
  • maak het kind duidelijk wat kan en wat niet
  • straf nooit het kind, maar wel zijn gedrag. Zorg dat de straf in verhouding staat met datgene wat verkeerd liep
informatie bekomen door de opleiding kinderpsychologie


Faalangst

Elk kind is wel eens bang om te falen. Dat is ook helemaal niet erg, want het werkt soms motiverend.
                           


wanneer spreekt men van faalangst
*als het kind ergens heel bang voor is
*als de angst niet realistisch is
*als het kind blokkeert in plaats van dat het wordt gemotiveerd
*ontstaan angst -en  spanningsgevoelens
*kind kan niet meer goed presteren


Hoe faalangst herkennen
*faalangst komt niet alleen voor  bij verlegen en teruggetrokken kinderen
*sommige kinderen proberen hun faalangsten diep in zichzelf te verstoppen
*brutaliteit, door een agressieve houding proberen ze te verbergen dat andere hun verlegen gezicht zien
*sommige kinderen hangen de clown uit, ze proberen hun faalangst voor de buitenwereld te verbergen
*kinderen met faalangst zijn in bepaalde situaties overbeweeglijk, ze kunnen moeilijk stilzitten en slapen slecht, ze hebben last van buikpijn en hoofdpijn


Hoe ontstaat faalangst
Kinderen met weinig zelfvertrouwen. Ze zoeken zekerheid en bevestiging en denken dit alleen te kunnen bereiken door te streven naar perfectie. Ze leggen de lat zeer hoog waardoor de spanning toeneemt.


Faalangst ontstaat door een combinatie van factoren. De persoonlijkheid wordt bepaald door de aanleg, die gevormd en gevoed wordt. Doorslaggevend is wat het kind hier allemaal doet. Het heeft dus geen zin om hier een welbepaalde oorzaak of schuldige te kiezen.


Faalangst kan ontstaan bij één kind van het gezin, terwijl het andere kind dit niet heeft. Maar sommige omgevingsfactoren kunnen er wel toe bijdragen dat het kind meer onzeker wordt.
Zoals:
steeds negatieve kritiek geven
de lat zeer hoog leggen
zeggen dat het kind het toch niet kan
steeds alles willen doen voor het kind
kind niet de mogelijkheid geven om dingen zelf te doen

wat typeert kinderen met faalangst
Het negatieve zelfbeeld en de vrees voor het mislukken overheersen hun zelfbeeld. Ze tonen weinig iniatieven en geven gauw op. Succes wordt toegeschreven aan toeval. Ze staan zichzelf niet toe te mislukken.


observatielijst faalangst
https://drive.google.com/file/d/1nG1nGjJC3WrqWYAvA0lmUTkv8xOcPBOW/view?usp=sharing

Tips omgaan met kinderen met faalangst
*zeg vaak dat het kind het wel kan
*moedig het kind aan, geef hen de nodige complimenten of beloon ze
*leg opdrachten heel goed uit, doe het in stapjes eventueel stappenplan
*laat het kind opdrachten uitvoeren waar je zeker van bent dat hij het kan, positief zelfbeeld wordt zo  de hoogte in gestuurd
*beloon het kind voor zijn inzet, niet alleen de resultaten
*doe het samen met het kind, zo geef je hem vertrouwen
*zeg dat hij fouten mag maken, dat ook volwassene fouten maken
*benoem wat jezelf niet goed kunt, of waar je hulp voor nodig hebt

Informatie van de opleiding kinderpsychologie




Verwennen

Verwenningproblematiek




Baby's kan je niet genoeg verwennen. Geef hen voldoende aandacht, verzorging en voeding zo schep je een vertrouwensband. Ouders mogen niet bang gemaakt worden voor teveel contact met hun baby. Knuffelen, stoeien, uitgebreid een badje geven, ..., dat is geen verwenning, dat zijn noodzakelijke behoeften.

Het belangrijkste verschil tussen kinderen goede aandacht geven en verwennen, is dat je alleen aandacht geeft als het kind dit op een positieve manier verdient. Bij verwennen krijgt het kind steeds positieve aanmoediging, ondanks het feit dat het gedrag goed of slecht is.


Verwenningsproblematiek wordt vooral aangetroffen in gezinnen die het beste voorhebben met hun kinderen en in een goede financiële positie verkeren. Het zijn ouders die veel voor hun kinderen over hebben, maar geen autoriteit gebruiken. De gevolgen kunnen ernstig zijn. Meestal treedt dit pas in de puberteit op. Ouders die hun kinderen opgevoed hebben met het idee dat het vermijden van conflicten de beste oplossing is, trachten de woede te sussen door terug op de eisen van de puber in te gaan.


gevolg:
Geen verantwoordelijkheidsgevoel
Geen zorg dragen of voorzichtig omspringen met spullen
Alles willen
Egocentrisme
Agressie
Negatief zelfbeeld
Problemen met autoriteit


verantwoordelijkheidsgevoel aanleren
*speelgoed opruimen
* iets maken als het stuk gaat
*kinderen zelf dingen laten doen
*kinderen laten ontdekken
*kinderen aanleren dat niet alles onmiddellijk kan


Belangrijkste voor ouders
Betrokken zijn met je kind. Betrokkenheid is er niet als je altijd ja zegt. Dat is een vorm van onoverzichtelijkheid. Opvoeden betekent soms discussiëren en ruzie maken, maar het komt altijd goed. Bij problematische verwenning is er sprake van grenzeloosheid en toegeeflijkheid van de kant van de ouders, waardoor de gezonde ontwikkeling van het kind in gevaar komt.


Ouderlijk gedrag
Belangrijk om een mooi evenwicht te zoeken tussen aanmoediging en verwachtingen. Verwende kinderen moet je niet veranderen, maar de ouders wel. Ouders hebben nodig dat hun houding ten opzichte van verwende kinderen veranderen en het kind zo te zien dat het een poging doet om de eigen verlangens te bereiken met ineffectieve manieren en gedrag.

Ouders kunnen hun eigen gedrag veranderen, open staan en de tijd nemen om het nieuwe gedrag aan hun kinderen aan te leren. Dat je als ouder bereid bent om de confrontatie aan te gaan, om te gaan met conflicten , de tijd nemen en te zoeken naar oplossingen.


Boekentip
Het verwende kind syndroom:
Auteur Willem de Jong
Uitgeverij: Picca
ISBN 9789492525352


Informatie door de opleiding kinderpsychologie











Projectwerking in type 2 onderwijs

Projectwerking

In het type 2 onderwijs hadden wij elke woensdag projectwerking. Dat hield in dat wij rond een bepaald thema het hele jaar doorwerkten. Dat was ook het thema van het schoolfeest en heel de school werkte rond dat bepaald thema. Dit jaar was het thema de 4 natuurelementen.


Met de clustergroep van type 2 (4klassen) hadden we de 4 natuurelementen verder uitgewerkt.
*aarde
*wind
*vuur
*water
We werkten met een doorschuifsysteem. Zo kon elke leerling kennismaken met een bepaalde leerkracht en de activiteiten die de leerkracht aanbood. De sterke kwaliteiten van elke leerkracht kwamen tot zijn recht. De leerkracht die goed kon koken deed kookactiviteiten, de creatieve leerkracht deed beeldactiviteiten, zang/dans en woordactiviteiten nam de muzikaal aangelegde leerkracht op zich en de leerkracht met de meeste feeling voor wereldoriëntatie bracht de leerlingen op een leuke creatieve manier wat kennis  bij. Elke week werd een bepaald onderdeel herhaald en dit 4 weken lang.

De leerlingen werden verdeeld onder elkaar, er werden 4 groepjes gemaakt van elk ongeveer 7 leerlingen. De leerkrachten kregen elk een kleur toegewezen met bijhorende sjaaltjes. De leerlingen kregen een gekleurde sjaal en gingen met de desbetreffende leerkracht mee naar het klaslokaal. De leerkracht had allerlei activiteiten uitgewerkt en de leerlingen bleven de hele voormiddag bij die leerkracht, 4 weken lang deed de leerkracht dezelfde activiteiten binnen een  bepaald onderdeel van het thema.


Na elke 4 weken kwamen de leerkrachten terug samen om te overleggen wat het volgende onderdeel ging zijn en welke activiteiten iedere leerkracht van plan was om te doen.Dit om niet dezelfde activiteiten aan te bieden en te zorgen voor voldoende afwisseling. Steeds werd er ook geëvalueerd en dingen besproken wat beter kon of wat er goed gegaan was.


Deze projectwerking heeft ervoor gezorgd dat elke leerkracht zijn sterke punten verder kon uitwerken en dat elke leerling hier de vruchten van kon dragen. De leerlingen leerden elkaar beter kennen op een andere manier en geraakten vertrouwd met de andere leerkrachten.









SMOG


Algemene informatie over SMOG:
Wat is SMOG:

 SMOG staat voor Spreken Met Ondersteuning van Gebaren

 

Het is ontwikkeld voor mensen met een mentale handicap, dus voor mensen die moeilijk kunnen spreken en die daarbij ook moeilijk taal begrijpen.  Dit in tegenstelling tot gebarentaal dat ontwikkeld is voor mensen met een auditieve handicap.

 

Bij SMOG wordt er gebruik gemaakt van SPRAAK, waarbij men enkel de sleutelwoorden ondersteunt met gebaren. 

 

Je hoort niet alleen spreken, maar je ziet ook iets. Dit biedt extra informatie. Als er meerdere kanalen gebruikt worden, is de kans groter dat de kinderen het beter begrijpen.  Daarom is een goede gezichtsexpressie enorm belangrijk.


SMOG omvat ongeveer 500 gebaren. Dit is een vrij beperkt aantal. Het gevolg is dat gebaren vaak staan voor overkoepelende begrippen (concepten).  Dit betekent dat woorden binnen éénzelfde betekenissfeer eenzelfde gebaar hebben. Vb. Het gebaar voor lepel is hetzelfde gebaar voor pudding.


Bij SMOG wordt er veel gebruik gemaakt van:

           

1. gezichtsexpressie: als je zegt dat je boos bent, dan moet je mimiek hieraan aangepast zijn.

2. natuurlijke bewegingen: het verschil tussen “een auto”  en “een auto rijdt” wordt duidelijk gemaakt door zelf naar voor te bewegen.

3. plaats: het gebaar van de zon wordt in de lucht uitgevoerd.

4. richting: bij de uitdrukking “ik kijk naar” kan je al heel wat info weergeven door de juiste richting te ondersteunen.

6. oriëntatie: aanpassen van bepaalde gebaren naargelang de context, vb. “In de doos” is niet gelijk aan “in de kast”.

7. pointing: voorwerpen die in de ruimte aanwezig zijn, duid je aan.

8. vraag steeds om te kijken voor je communiceert. 

9. pas je taal (woordkeuze/zinsbouw/spreeksnelheid) aan aan het niveau van de SMOGgebruiker.

 

Wat is de meerwaarde van SMOG:


Het vertrekpunt van SMOG is het “Nederlands met gebaren”, het gebarensysteem dat

gebaseerd is op de doventaal.

 
Voor SMOG werden hieruit een beperkt aantal gebaren (500) geselecteerd en aangepast

voor mentaal gehandicapten. De gebaren zijn geselecteerd op basis van hoge bruikbaarheid

en ze zijn gemakkelijk uitvoerbaar.

 
Nuttige links



verteltassen "tip de muis"

verteltassen  voor de oudste kleuters

Verteltas "tip de muis vindt pesten niet leuk"



Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  CD/pc: er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet elke dvd speler kan dit afspelen.
Ÿ  Stappenplan: De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Memory: leg alle kaartjes met de afbeeldingen naar beneden. Draai 2 kaartjes om, zijn ze hetzelfde mag je het paar houden en mag je nog eens. Zijn ze niet hetzelfde draai je ze terug om en mag de volgende speler. De speler met de meeste paren is de winnaar.
Ÿ  Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert hij/zij maten en gewichten kennen.
Ÿ  Muizenspel: de kleuter telt de aantal kazen die op de muis staan en knijpt het aantal wasknijpers op de muis zoals hij/zij geteld heeft. De kleuter kan nadien de muizen leggen op chronologische volgorde. 
Ÿ  Cijferkaartjes: de kleuter telt het aantal dat op de kaartjes staat en legt het juiste cijfer erbij. De kleuter legt de kaartjes op chronologische volgorde 
Ÿ  Kleurplaten: voorbereidend schrijven: Men kan de kleurplaat tegen de raam hangen en er een wit papier overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te overtrekken. Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
 
Verteltas "tip de muis wil de beste zijn"
 

 
 
Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  Muizenspel: Laat de jongste speler beginnen. Gooi met de dobbelsteen en ga het aantal ogen dat gegooid is verder. Kom je op leeg vakje gebeurt er niets. Anders kijk op welke kleur kaas je staat en wat je dan moet doen. De regels staan op het bordspel. De speler die eerst bij de muis komt is de winnaar.
Ÿ  CD/pc: er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet elke dvd speler kan dit afspelen.
Ÿ  Begrippen: Laat de kleuter vertellen waar de muis staat
Ÿ  Stappenplan: De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Ÿ  Rijmkaartjes: lees de kaartjes voor en laat de kleuter de kaartjes bij elkaar leggen die rijmen. variatie: lees de kaartjes niet voor en laat de kleuter zelf de dingen zoeken die rijmen. Nadien kan je samen met je kleuter de dingen laten benoemen en nakijken of het juist is.
 
Ÿ  Muizen-kaas-appelspel: Patronen herkennen, bij elke muis dezelfde appel en kaas leggen.  Variatie: spelen als memory leg alle kaarten met de afbeeldingen naar beneden. Draai 3 kaartjes om. Zoek 1 muis, 1 appel en 1 kaas met hetzelfde patroon. Zijn deze hetzelfde mag je de kaarten bijhouden anders draai je de kaarten terug om.
Variatie: Omschrijf welk patroon je wil, kleuter zoekt de prent die je bedoelt. Laat de kleuter ook voor jou een patroon omschrijven en zoek jij de prent.
Variatie: Kwartet: Verdeel de kaarten onder elke speler. Elke speler krijgt evenveel kaarten. Heb je een paar (3 dezelfde patronen, 1 muis, 1 appel en 1 kaas) dan leg je die bij elkaar aan de kant. Speler 1 vraagt aan een tegenspeler de kaart die hij wil om een paar te vormen. Bv: speler 2 heb jij voor mij de kaart van een muis met patroon van vlinders? Speler 2 geeft die kaart. Dan mag speler 2 een kaart vragen enz. De winnaar is de speler met de meeste paren.
 
Ÿ  Kleuren en vormenspel: overloop alle kaartjes met je kleuter. Laat hen de kaartjes benoemen, de vormen en de kleuren. Lees de woordenkaartjes voor, de kleuter moet het woordenkaartje bij het juiste vormen of kleurenkaartje leggen.
Variatie: Omschrijf welk kaartje je bedoelt: vb het is geel en je ziet het als het donker is in de lucht? Als kleuter juist geraden heeft, mag hij/zij het woordkaartje STER bij de vorm ster leggen. Enz. De kleuren kan je omschrijven de zon is GEEL? De kleuter legt het kaartje GEEL bij de gele dino enz.
Ÿ  Voorbereidend schrijven: De kleuter gaat met potlood over de stippenlijnen van de kaas. Nadien kan men dit inkleuren. Laat de kleuter zijn/haar naam zelf schrijven op het blad.
Variatie: Men kan het papier tegen de raam hangen en er een wit papier overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te overtrekken. Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
 
verteltas "tip de muis is ondeugend"
 
 
Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert hij/zij maten en gewichten kennen.
Ÿ  Pc /cd: er staan liedjes en filmpjes op die je kleuter kan bekijken. Wel op de computer opzetten gaat niet op alle DVD spelers.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Goed/slecht kaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op de kaart. Bespreek de kaart met je kleuter. Is dit gedrag goed of slecht? Laat de kleuter dit verwoorden en laat hen de kaartjes sorteren, goed gedrag bij goed gedrag en slecht bij slecht gedrag. Variatie: spreek over de gevoelens van de kaartjes. Hoe denk je dat het kind op de prent zich voelt? Hoe zou jij je voelen? Wat kan je doen zodat het kind niet meer verdrietig is? Wat vind jij het leukste? Waarom vind jij dat leuk? Enz.
Ÿ  Spelkaarten: dubbelspel: Een spel voor 2-4 spelers. Schud en deel de kaarten met de plaatjes naar beneden. Kijk niet naar je kaarten. Speler 1 begint en draait de bovenste kaart om, leg ze op de tafel. Speler 2 doet hetzelfde. Als de kaarten hetzelfde zijn, moeten de spelers DUBBEL roepen. Degene die het eerste roept wint en krijgt de twee kaarten. De speler met de meeste kaarten is de winnaar.
Ÿ  Spelkaarten: sorteerspel: een spel voor 2-4 spelers. Schud de kaarten en geef iedere speler 7 kaarten. Leg de overige kaarten omgedraaid in het midden. Elke speler bekijkt zijn kaarten. Als er dubbele kaarten zijn leg je deze op de tafel voor je. Speler 1 begint en pakt een kaart van de stapel. Als deze hetzelfde is als een kaart die speler 1 al in zijn hand heeft, leg ze dan voor je op de tafel. Als er geen paar gemaakt kan worden, houd je de kaart in je hand. Het spel stopt als de kaarten in het midden op zijn. De speler met de meeste paren is dan de winnaar.
Ÿ  Spelkaarten: memory: Leg alle kaarten met de plaatjes naar beneden op de tafel. Speler 1 draait 2 kaarten om, zijn ze hetzelfde mag je ze houden en mag je nog eens. Zijn ze niet hetzelfde draai je ze terug om en mag speler 2. Het spel stopt als alle kaartjes op zijn en de speler met de meeste kaartjes is de winnaar.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
 

 

Turnen met Hopsabees

Hopsabees

Een educatief pakket voor een gezond verhaal in de turnzaal.
Je leert de kleuters op een actieve, bewuste en gezonde manier hun eigen vaardigheden en de wereld om hen heen te leren kennen.


Wat zit er in het educatief pakket?
  • posters GroteBees helpt de kleuters hun grove motoriek te oefenen
  • posters zelfredzaamheid samen IKbees leren kleuters spelenderwijs om zelfstandig te zijn
  • kleurplaat FIJNEBEES helpt de kleuters om hun fijne motoriek te ontwikkelen
  • schrijfvoorbeelden samen met de FIJNEBEES zetten de kleuters de stappen om te leren schrijven
  • ruimtelijke oefeningen met RUIMTEBEES

Als je op de link drukt krijg je leuke oefeningen te zien.
1ste/2de/3de kleuterklas.
Turnoefeningen met hopsabees


Hoe pakket aanvragen?
www.hopsabees.be voor meer oefeningen en online receptjes kan je gratis downloaden.

Ik heb tijdens de turnlessen de kleuters laten kennis maken met GROTEBEES. De posters hingen op en samen met de kleuters heb ik de oefeningen bekeken en voorgedaan. De kleuters konden nadien per twee de oefeningen zelfstandig uitvoeren. Als de kleuters een oefeningen gedaan hadden, konden ze de gezichtjes kleuren van de oefening.

Er is een spaarkaart van GROTEBEES met 5 vaardigheden.
  • springen
  • kracht
  • evenwicht
  • coördinatie
  • balvaardigheden
Als de spaarkaart vol is krijgen de kleuters een sticker van het beesje. De spaarkaart kan je opsturen en krijgen alle kleuters een leuk koekendoosje toegestuurd.

wedstrijd
Je kunt online meedoen met een fotowedstijd. Neem een foto van je kleuters in actie met GROTEBEES. De mooiste foto wordt dan foto van de maand en krijgt elke kleuter een rugzakje toegestuurd.
Mijn kleuters zijn gewonnen, zo werden wij "foto van de maand november 2015."

http://www.hopsabees.be/wedstrijd.php