bewegingsrichtingen: voorbereidend schrijven



kleuters: oudste kleuters

Doel: Parcours rollen, stappen en lopen die voorbereidende schrijfbewegingen inhouden. Cirkels, slalom, kikkersprong en lussen parcours ervaren met eigen lichaam.

Tijd: 15 min.

Benodigdheden:
·        bal
·        Fietsbanden/hoepel
·        Stoepkrijt
·        5 voorwerpen zoals stoelen/auto’s/ blokken eender wat

Organisatie:
Zoek samen met de kleuter de voorwerpen: laat de kleuter zelf nadenken.
ü  De kleuter cirkels laten teken met stoepkrijt/ kan eventueel hoepel gebruiken om cirkel te tekenen.
ü  5 voorwerpen kan men gebruiken vanaf punt 2 maar moet niet, mag ook met de getekende cirkels




Opdracht:
1.      Cirkels stappen/lopen/ rollen met bal:
De kleuters tekenen cirkels met stoepkrijt
De kleuter stapt op de cirkels met de klok mee
De kleuter stapt op de cirkels tegen de klok in
De kleuter loopt op de cirkels met de klok mee
De kleuter loopt op de cirkels tegen de klok in
De kleuter rolt met de bal op de cirkels met de klok mee
De kleuter rolt met de bal op de cirkels tegen de klok in

2.      Tussen de cirkels / voorwerpen stappen/lopen/rollen met bal
De kleuter stapt tussen de cirkels
De kleuter loopt tussen de cirkels
De kleuter rol met de bal tussen de cirkels

3.      Lussen stappen/lopen/rollen met bal
de kleuter stapt lussen
de kleuter loopt lussen
de kleuter rolt met de bal lussen
de kleuter galoppeert lussen
de kleuter loopt als aap lussen
de kleuter stapt als poes met hoge rug lussen
de kleuter springt als kikker lussen

4.      Kronkel stappen/lopen/rollen met bal
de kleuter stapt kronkel
de kleuter loopt kronkel
de kleuter rolt met de bal kronkel
de kleuter galoppeert kronkel
de kleuter loopt als aap de kronkel
de kleuter stapt als poes met hoge rug de kronkel
de kleuter springt als kikker de kronkel

5.      Kikkersprong stappen/springen/lopen rollen met bal
de kleuter springt als kikker ‘kikkersprong’ van cirkel tot cirkel
de kleuter tekent kikkersprongen met stoepkrijt
de kleuter stapt over de getekende kikkersprongen
de kleuter loopt over de getekende kikkersprongen
de kleuter rolt met de bal over de getekende kikkersprongen

*differentiatie:
* estafette: 5 cirkels of voorwerpen per deelnemer. Wie is het snelste?
* de vorige opdrachten uitvoeren met fiets/kruiwagen/poppenbuggy/ speelgoedauto/ step, …

Grof motorische oefeningen kunnen ook geoefend worden tijdens dagdagelijkse dingen of gebeurtenissen. Hieronder enkele tips.

Tips:
Als je gaat fietsen of wandelen
ü  Cirkels stappen
ü  Lussen fietsen tussen bomen/struiken
ü  Wandelen in bos: rond de bomen cirkels/lussen/kronkel

In de tuin werken/zandbak spelen
ü   In zand met handen/voorwerp cirkels/lussen/kronkels/kikkersprong tekenen
ü  Diepere lussen / kronkels enz. tekenen en dan met knikkers rollen/speelgoedauto erin rijden,…

Spelen in tuin:
ü  Stoepkrijt lussen/cirkels/kronkels/kikkersprongen tekenen
ü  Met touw/takjes/ … cirkels/kronkels/lussen namaken










alles loopt op wieltjes


Bewegingsles: alles loopt op wieltjes

kleuters: 3/4 jarige

Doel: Parcours afleggen met dingen die rijden of rollen, dit aan de hand van verschillende bewegingstechnieken. De vaardigheden trekken, duwen, rollen en rijden worden hiermee geoefend.
Op een speelse manier versnellen, vertragen of stoppen dit op een  deels stabiele en deels onstabiele ondergrond.

Tijd: 15 min.

Benodigdheden:
·        Fiets
·        Step
·        Skateboard/ plank met wieltjes
·        Kruiwagen/bolderkar
·        Kinderbuggy/ poppenbuggy
·        Grote speelgoedvrachtwagen met koord aan
·        Fietsbanden/hoelahoep
·        Plank met touw aan/ iets dat men kan rollen en trekken
·        Kartonnen rolletjes / ton/emmer
·        Groot deken / iets dan men kan trekken
·        Iets dat rolt maar waar je moeilijk kan opzitten/grote bal/hoepel/band/ton
Dit zijn maar voorbeeldjes: alles wat rolt/bolt , fietst en beweegt kan gebruikt worden.

Organisatie:
Zoek samen met de kleuter de voorwerpen: laat de kleuter zelf nadenken.
Bespreek samen met de kleuter het parcours. Vb. van hier tot aan de bomen, haag, enz. Je kan ook een voorwerp leggen tot waar de kleuter zich moet bewegen. Kleuter beweegt zich tot aan het voorwerp / eindpunt en keert terug. Deze oefeningen best op een stabiele en  onstabiele ondergrond. Vb deel op klinker en deel op gras. Zigzag parcours en parcours met hindernissen.




          





Opdracht:

1.      De kleuter kiest een voorwerp en fietst ermee tot aan het voorwerp/eindpunt en keert terug. Leuk om een brug/ remp te maken waarover ze moeten fietsen.
2.      De kleuter kiest een voorwerp en rolt ermee tot aan het voorwerp of eindpunt en keert terug.
3.      De kleuter kiest een voorwerp dat rolt en stapt ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
4.      De kleuter zet één hand  of één voet op een step/plank/rol/ton en ga ermee tot aan eindpunt en keert terug.
A)     De kleuter zet één hand of één voet ernaast en ga ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
B)     De kleuter zet één hand of één voet ernaast en beweegt zich verder ‘STOP’ zeggen, kleuter moet stoppen en dan weer verder gaan.
5.      De kleuter kiest een voorwerp dat kan rijden en duwen. De kleuter neemt vb. buggy/kruiwagen/strandkar,… en  duwt ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
A)  De kleuter neemt een ander voorwerp en rijd en duwt er achterwaarts mee en komt vooruit terug.
6.      De kleuter kiest een voorwerp dat hij/zij kan voorttrekken. Ook leuk broer/zus/beer ,.. op een deken of grote handdoek. De kleuter kan dit dan voorttrekken tot aan het eindpunt en keert terug.
A)     Geef opdracht om te stoppen/versnellen/vertragen/ achterwaarts/voorwaarts
7.      De kleuter kiest een voorwerp dat rolt maar waar je moeilijk kan opzitten. De kleuter beweegt zich tot aan het eindpunt en keert terug.
8.      Rollen en trekken, duwen  (touw aan voorwerp) met de hand en de voet en één voet ernaast zigzag parcours ‘stop signaal’
9.      Rijden snel vertrekken , vertragen zigzag parcours
10.   Skateboard of plank met wielen: duwen met de handen/en of voeten/vooruit/achteruit



*differentiatie:
* Samen wedstrijdje doen met broer/zus/mama/papa om ter snelste. (timen)
* Estafette: 2 parcours om samen met iemand anders te doen.
* Kleuter opdracht geven om te stoppen/achteruit te gaan/ sneller/trager enz.
* Moeilijke ondergrond: op gras/steentjes/mals zand
* brug/remp maken van vb houten plank met ton eronder.
* obstakels op zigzag parcours: vb. voorwerpen die men moet vermijden, waar men niet mag tegen botsen.

Grof motorische oefeningen kunnen ook geoefend worden tijdens dagdagelijkse dingen of gebeurtenissen. Hieronder enkele tips.

Tips:
Als je gaat fietsen of wandelen
ü  Fietsen op moeilijke ondergrond
ü  Fietsen bij stop signaal kleuter stoppen
ü  Wandelen/ lopen tussen de bomen (zigzag) /achteruit/ op één been, enz…
ü  Dingen in natuur zoeken die men kan rollen, duwen, trekken(zware dingen),

In de tuin werken:
ü  Laat uw kleuter met de kruiwagen rijden
ü  Harken, wieden in de tuin
ü  Planten water geven, gieter dragen

Spelen in tuin:
ü  Kleuter zoekt dingen in en rond het huis die kunnen rollen, trekken, duwen
ü  Kan men die dingen voortduwen?
ü  Kan men met die dingen rollen?
ü  Kan men erop gaan zitten?
ü  Kan men die dingen voortduwen met de handen/voeten ,…
ü  Hoe kan men die dingen nog laten voortbewegen?



video parcours

Spelideeën wiskundige initiatie

Bouwen met blokken of kosteloos materiaal 

Met blokken kan je leuke constructies bouwen. Laat je kind eerst zelf aan de slag gaan. Nadien kan je zelf een constructie maken en ze stimuleren om dezelfde te maken. Niet gemakkelijk!
Tip: Niet enkel met blokken kan je bouwen, ga met je kinderen opzoek naar vernieuwend bouwmateriaal. Vb. Sponzen, dozen, steentjes, bekers, wc-rolletjes, …
 LEGO Math from Smarty Buddy Apps and Books! #legocake                               * Tellen maar!
Ook tellen kan je hierbij betrekken.





Sorteren 
See how we made a game out of colour sorting to suit my child's interests. Playing and Learning Begins at Home

Nu we lang thuis zullen zitten, is het tijd om onze speel/slaapkamer nog eens deftig op te ruimen. De kinderen kunnen hun speelgoed op basis van meerdere kwaliteiten sorteren

  • Kleur 
  • Grootte  
  • Soort (bv: alle groenten samen, fruit samen...) 
  • Vorm
Maak duidelijk rond welk kenmerk je werkt, door dozen te plaatsen of vierkanten te trekken met tape op de grond.
Tip: Kan je de gesorteerde stapel nog onderverdelen en rangschikken vb. Het groene speelgoed nog eens van groot naar klein zetten.


Probleemoplossend denken en bouwen 
 Wat is er nu leuker dan een kamp bouwen als je thuis zit?  Zoek samen met je kleuter naar de juiste locatie en materialen.  Gebruik doeken, zetels, kussens en neem op wat je kind nog meer voorstelt “Waarom hebben we dit nodig, wat voor materiaal kunnen we gebruiken om een zachte ondergrond te leggen, …?”  Als het kamp af is, kan je het een naam geven.   Je kan je kind nog eens extra belonen door in de avond samen een leuke film te kijken of verhalen te vertellen met elkaar in het kamp.
                              Hutten bouwen – Toffe Plek
Tip:
- Om het kamp extra aan te kleden kan je gezellige veilige lampen of knuffels toevoegen.
 - Bekijk het afbreken van het kamp ook als leerkans.
 “Waar komt dit kussen vandaan,
- Welk onderdeel van de bank is dit?”

Seriëren 

Seriëren is eigenlijk een moeilijk woord voor ordenen.  Het is belangrijk dat uw kleuter hierop blijft oefenen. Het is immers een voorwaarden voor getalbegrip dat later nodig is om te kunnen rekenen.  Je kan bijna alles ordenen!

Laat uw kleuter dus gerust de knuffels van klein naar groot zetten. Heeft u niet zoveel knuffels? Geen probleem! Met lepels, borden, lege flessen, boeken lukt het ook!  U kunt deze activiteit aanbieden met veel of weinig materiaal. Afhankelijk van het aantal maakt u het juist makkelijker of moeilijker voor het kind.

Manieren van ordenen:

  •  Van groot naar klein. 
  •  Van dik naar dun. 
  •  Van licht naar zwaar. 

 Tellen + rangtelwoorden 

Je neemt enkele auto's, poppen, steentjes,  bloemen of andere materialen die je ter beschikking hebt. Je maakt een telrij voor je kleuter en laat hem/haar tellen.

Daarna kan je overgaan naar de rangtelwoorden (eerste, tweede, derde, …). Dit doe je best ook met concreet materiaal. Je kan je kleuter enkele vragen stellen als:

- Wat ligt er eerst?
 - Wat is laatst?
- Welke is de middelste?
- Is er een middelste?
- Hoeveel poppen, steentjes, bloemen, … liggen er?

Ter differentiatie:  
-  Makkelijk: kortere telrijen maken. Afhankelijk van het niveau van je kind.
 - Moeilijker: langere telrijen maken. Afhankelijk van het niveau van je kind.

           
Stengels van de bloem bouwen
Indien mogelijk ga op wandel met je kleuter en zoek naar verschillende bloemen. Focus op de stengel van de bloem.
Hebben alle bloemen dezelfde stengel?
Wat is er anders?
Hoe lang zijn de stengels?
Kan jij thuis de bloem zijn stengel terugbouwen?
Met welke materialen kan je dit doen?
Probeer een zo lang mogelijke stengel te bouwen!

Variatie: Dit kan ook met kosteloos materiaal door bijvoorbeeld wc-rolletjes te gebruiken als stengel.

Differentiatie:
*Makkelijker: Laat je kleuter zijn stengel neerleggen met de blokjes of wc-rolletjes ernaast. Leg er eventueel een stokje tegen, zodat ze kunnen zien wanneer het klaar is.

*Moeilijker: Laat de kleuters eerst bouwen (een schatting). Nadien kunnen ze hun stengel vergelijken met de toren.  Moeten er nog blokjes bij? Moeten er nog blokjes weg? Is het even lang?

Er was eens, een lieveheersbeestje zonder stippen 
Teken een lieveheersbeestje zonder stippen op een A4 pagina. Schrijf vervolgens verschillende getallen op kleine stukken papier.
Gebruik kurkenstoppen, kralen, knopen of ga buiten op zoek naar enkele stenen of bloemblaadjes.  Je kind kan een kaartje trekken en het juiste aantal stippen leggen op het lieveheersbeestje.
 
Noot: Wiskunde hoeft zeker niet saai te zijn. Kleed de activiteit fijn in door en verhaaltje te lezen over lieveheersbeestjes, een filmpje te kijken over de stippen of zelf een mooi verhaal te verzinnen binnen de activiteit.

Differentiatie:  
*Makkelijker: Gebruik het kwadraatbeeld* op de kaartjes en hou de getallen onder de 15.
* Moeilijker: Gebruik een A3 blad en ga tot getallen boven de 10. Geef de getallen eventueel verbaal aan.  *Kwadraatbeeld   Deze getalbeelden gebruiken de leerlingen als ondersteuning bij het oplossen van een oefening.




Rangorde via beweging


Naam spel: Rangorde via beweging
Leeftijd: 2de / 3de kleuterklas
doel: Als spelend en bewegend kennis maken met begrippen. Een parcours afleggen waarbij de kleuters ergens OVER- OP-ONDER- stappen, lopen of andere verplaatsingstechnieken.
 De kleuters maken kennis met de begrippen: NAAST-VOOR-NA-TUSSEN-ONDER-OP ,EERSTE, LAATSTE, MIDDELSTE, VORIGE, VOLGENDE, VOORLAATSTE, 1STE, 2de , 3de , 4de , 5de … dit door actief ervaringen op te doen.
Organisatie:
De kleuters staan voor de rijen. Bespreek met de kleuter vooraf de begin en de looprichting. Tel samen de auto’s, stoelen, beren,.. 1, 2 ,3 4, 5 



Benodigdheden :–          Stoelen
–          Tafels
–          kussens
–          markeertape
Je kan ook andere dingen gebruiken zoals:
-stenen
-kruisjes met stoepkrijt op de grond zetten
-dozen/ boxen
-enz.
Locatie: klas/ buiten
Tijd: 15 min.
Opdracht:De leerkracht laat de kleuters voorwerpen plaatsen op de aangeduide plaatsen. Hierbij verwoordt de leerkracht telkens op welke plaats het voorwerp wordt geplaatst (1ste/2de/3de/4de/5de plaats)
De kleuters gaan in groepjes voor een rij van stoelen, tafels, kussens staan.
De leerkracht geeft de opdrachten:
– ga zitten op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– kruip onder de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– loop een rondje rond de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– kruip over de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/tafel/stoel/kussen
– ga staan op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/tafel/stoel/kussen
– leg je hand op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen.
– …
*differentatie:
° de kleuters laten kennis maken met voorkeurshand: Zet een hand op… zet je andere hand op …, onder, tussen, …
° de kleuters laten kennis maken met links- rechts : Zet de linkerhand op… zet je rechterhand op …, onder, tussen, …
° de kleuters zelf een stoel, auto, beer enz. laten kiezen en de kleuters vernoemen op welke stoel, auto enz. ze zitten: kleuter gaat op de 2de stoel zitten-kleuter vernoemt ik zit op de 2de stoel,  ik sta op de 5de auto, 

Je kan nog meer opdrachten laten uitvoeren of zelf verzinnen dat de kleuters kunnen doen. Het is de bedoeling dat ze de begrippen en rangorde op een leuke manier aanleren.Dit kan ook door de begrippen en rangorde te oefenen in dagdagelijkse gebeurtenissen (hieronder enkel tips)

-Als je gaat fietsen: kijk rondom u laat de kleuter vertellen wat hij ziet, stel vragen aan uw kleuter (taal is heel belangrijk bij kleuters).
ü Zeg eens wat zie jij in de wei staan? Hoeveel poten heeft dat? Hoeveel oren heeft dat?
ü Zie jij ook die vogel? Op de hoeveelste tak zit die?
ü Hoeveel auto’s zijn er VOOR ons?
ü

-tafel klaar zetten en andere huishoudelijke taken.
ü Neem 4 vorken en leg de vork  links NAAST het bord
ü Neem voor iedereen een glas en zet het glas OP de tafel, bovenaan het bord
ü Met hoeveel personen telt ons gezin? Leg zoveel messen op tafel rechts van het bord…

-trampoline:
ü Spring 1 keer , 2 keer,  5 keer.
ü Spring 2 keer op uw linkse been
ü Spring 5 keer laag en steek uw rechterarm in de lucht

-wandelen en hoeveelheden:
ü Laat de kleuter onderweg alle paarden tellen die hij / zij tegenkomt  (tot 10)
ü Kom je een hond tegen , vraag hoeveel honden je kleuter ziet.
ü Zoek samen 5 steentjes, 2 blaadjes, 4 bloemen, …

IK WENS JULLIE VEEL PLEZIER MET DE BEWEGINGSLES