Projectwerking in type 2 onderwijs

Projectwerking

In het type 2 onderwijs hadden wij elke woensdag projectwerking. Dat hield in dat wij rond een bepaald thema het hele jaar doorwerkten. Dat was ook het thema van het schoolfeest en heel de school werkte rond dat bepaald thema. Dit jaar was het thema de 4 natuurelementen.


Met de clustergroep van type 2 (4klassen) hadden we de 4 natuurelementen verder uitgewerkt.
*aarde
*wind
*vuur
*water
We werkten met een doorschuifsysteem. Zo kon elke leerling kennismaken met een bepaalde leerkracht en de activiteiten die de leerkracht aanbood. De sterke kwaliteiten van elke leerkracht kwamen tot zijn recht. De leerkracht die goed kon koken deed kookactiviteiten, de creatieve leerkracht deed beeldactiviteiten, zang/dans en woordactiviteiten nam de muzikaal aangelegde leerkracht op zich en de leerkracht met de meeste feeling voor wereldoriëntatie bracht de leerlingen op een leuke creatieve manier wat kennis  bij. Elke week werd een bepaald onderdeel herhaald en dit 4 weken lang.

De leerlingen werden verdeeld onder elkaar, er werden 4 groepjes gemaakt van elk ongeveer 7 leerlingen. De leerkrachten kregen elk een kleur toegewezen met bijhorende sjaaltjes. De leerlingen kregen een gekleurde sjaal en gingen met de desbetreffende leerkracht mee naar het klaslokaal. De leerkracht had allerlei activiteiten uitgewerkt en de leerlingen bleven de hele voormiddag bij die leerkracht, 4 weken lang deed de leerkracht dezelfde activiteiten binnen een  bepaald onderdeel van het thema.


Na elke 4 weken kwamen de leerkrachten terug samen om te overleggen wat het volgende onderdeel ging zijn en welke activiteiten iedere leerkracht van plan was om te doen.Dit om niet dezelfde activiteiten aan te bieden en te zorgen voor voldoende afwisseling. Steeds werd er ook geëvalueerd en dingen besproken wat beter kon of wat er goed gegaan was.


Deze projectwerking heeft ervoor gezorgd dat elke leerkracht zijn sterke punten verder kon uitwerken en dat elke leerling hier de vruchten van kon dragen. De leerlingen leerden elkaar beter kennen op een andere manier en geraakten vertrouwd met de andere leerkrachten.









SMOG


Algemene informatie over SMOG:
Wat is SMOG:

 SMOG staat voor Spreken Met Ondersteuning van Gebaren

 

Het is ontwikkeld voor mensen met een mentale handicap, dus voor mensen die moeilijk kunnen spreken en die daarbij ook moeilijk taal begrijpen.  Dit in tegenstelling tot gebarentaal dat ontwikkeld is voor mensen met een auditieve handicap.

 

Bij SMOG wordt er gebruik gemaakt van SPRAAK, waarbij men enkel de sleutelwoorden ondersteunt met gebaren. 

 

Je hoort niet alleen spreken, maar je ziet ook iets. Dit biedt extra informatie. Als er meerdere kanalen gebruikt worden, is de kans groter dat de kinderen het beter begrijpen.  Daarom is een goede gezichtsexpressie enorm belangrijk.


SMOG omvat ongeveer 500 gebaren. Dit is een vrij beperkt aantal. Het gevolg is dat gebaren vaak staan voor overkoepelende begrippen (concepten).  Dit betekent dat woorden binnen éénzelfde betekenissfeer eenzelfde gebaar hebben. Vb. Het gebaar voor lepel is hetzelfde gebaar voor pudding.


Bij SMOG wordt er veel gebruik gemaakt van:

           

1. gezichtsexpressie: als je zegt dat je boos bent, dan moet je mimiek hieraan aangepast zijn.

2. natuurlijke bewegingen: het verschil tussen “een auto”  en “een auto rijdt” wordt duidelijk gemaakt door zelf naar voor te bewegen.

3. plaats: het gebaar van de zon wordt in de lucht uitgevoerd.

4. richting: bij de uitdrukking “ik kijk naar” kan je al heel wat info weergeven door de juiste richting te ondersteunen.

6. oriëntatie: aanpassen van bepaalde gebaren naargelang de context, vb. “In de doos” is niet gelijk aan “in de kast”.

7. pointing: voorwerpen die in de ruimte aanwezig zijn, duid je aan.

8. vraag steeds om te kijken voor je communiceert. 

9. pas je taal (woordkeuze/zinsbouw/spreeksnelheid) aan aan het niveau van de SMOGgebruiker.

 

Wat is de meerwaarde van SMOG:


Het vertrekpunt van SMOG is het “Nederlands met gebaren”, het gebarensysteem dat

gebaseerd is op de doventaal.

 
Voor SMOG werden hieruit een beperkt aantal gebaren (500) geselecteerd en aangepast

voor mentaal gehandicapten. De gebaren zijn geselecteerd op basis van hoge bruikbaarheid

en ze zijn gemakkelijk uitvoerbaar.

 
Nuttige links



verteltassen "tip de muis"

verteltassen  voor de oudste kleuters

Verteltas "tip de muis vindt pesten niet leuk"



Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  CD/pc: er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet elke dvd speler kan dit afspelen.
Ÿ  Stappenplan: De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Memory: leg alle kaartjes met de afbeeldingen naar beneden. Draai 2 kaartjes om, zijn ze hetzelfde mag je het paar houden en mag je nog eens. Zijn ze niet hetzelfde draai je ze terug om en mag de volgende speler. De speler met de meeste paren is de winnaar.
Ÿ  Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert hij/zij maten en gewichten kennen.
Ÿ  Muizenspel: de kleuter telt de aantal kazen die op de muis staan en knijpt het aantal wasknijpers op de muis zoals hij/zij geteld heeft. De kleuter kan nadien de muizen leggen op chronologische volgorde. 
Ÿ  Cijferkaartjes: de kleuter telt het aantal dat op de kaartjes staat en legt het juiste cijfer erbij. De kleuter legt de kaartjes op chronologische volgorde 
Ÿ  Kleurplaten: voorbereidend schrijven: Men kan de kleurplaat tegen de raam hangen en er een wit papier overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te overtrekken. Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
 
Verteltas "tip de muis wil de beste zijn"
 

 
 
Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  Muizenspel: Laat de jongste speler beginnen. Gooi met de dobbelsteen en ga het aantal ogen dat gegooid is verder. Kom je op leeg vakje gebeurt er niets. Anders kijk op welke kleur kaas je staat en wat je dan moet doen. De regels staan op het bordspel. De speler die eerst bij de muis komt is de winnaar.
Ÿ  CD/pc: er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet elke dvd speler kan dit afspelen.
Ÿ  Begrippen: Laat de kleuter vertellen waar de muis staat
Ÿ  Stappenplan: De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Ÿ  Rijmkaartjes: lees de kaartjes voor en laat de kleuter de kaartjes bij elkaar leggen die rijmen. variatie: lees de kaartjes niet voor en laat de kleuter zelf de dingen zoeken die rijmen. Nadien kan je samen met je kleuter de dingen laten benoemen en nakijken of het juist is.
 
Ÿ  Muizen-kaas-appelspel: Patronen herkennen, bij elke muis dezelfde appel en kaas leggen.  Variatie: spelen als memory leg alle kaarten met de afbeeldingen naar beneden. Draai 3 kaartjes om. Zoek 1 muis, 1 appel en 1 kaas met hetzelfde patroon. Zijn deze hetzelfde mag je de kaarten bijhouden anders draai je de kaarten terug om.
Variatie: Omschrijf welk patroon je wil, kleuter zoekt de prent die je bedoelt. Laat de kleuter ook voor jou een patroon omschrijven en zoek jij de prent.
Variatie: Kwartet: Verdeel de kaarten onder elke speler. Elke speler krijgt evenveel kaarten. Heb je een paar (3 dezelfde patronen, 1 muis, 1 appel en 1 kaas) dan leg je die bij elkaar aan de kant. Speler 1 vraagt aan een tegenspeler de kaart die hij wil om een paar te vormen. Bv: speler 2 heb jij voor mij de kaart van een muis met patroon van vlinders? Speler 2 geeft die kaart. Dan mag speler 2 een kaart vragen enz. De winnaar is de speler met de meeste paren.
 
Ÿ  Kleuren en vormenspel: overloop alle kaartjes met je kleuter. Laat hen de kaartjes benoemen, de vormen en de kleuren. Lees de woordenkaartjes voor, de kleuter moet het woordenkaartje bij het juiste vormen of kleurenkaartje leggen.
Variatie: Omschrijf welk kaartje je bedoelt: vb het is geel en je ziet het als het donker is in de lucht? Als kleuter juist geraden heeft, mag hij/zij het woordkaartje STER bij de vorm ster leggen. Enz. De kleuren kan je omschrijven de zon is GEEL? De kleuter legt het kaartje GEEL bij de gele dino enz.
Ÿ  Voorbereidend schrijven: De kleuter gaat met potlood over de stippenlijnen van de kaas. Nadien kan men dit inkleuren. Laat de kleuter zijn/haar naam zelf schrijven op het blad.
Variatie: Men kan het papier tegen de raam hangen en er een wit papier overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te overtrekken. Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
 
verteltas "tip de muis is ondeugend"
 
 
Ÿ  Boekje: Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien op de prenten.
Ÿ  Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert hij/zij maten en gewichten kennen.
Ÿ  Pc /cd: er staan liedjes en filmpjes op die je kleuter kan bekijken. Wel op de computer opzetten gaat niet op alle DVD spelers.
Ÿ  Knijpkaart: Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is. Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Ÿ  Goed/slecht kaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op de kaart. Bespreek de kaart met je kleuter. Is dit gedrag goed of slecht? Laat de kleuter dit verwoorden en laat hen de kaartjes sorteren, goed gedrag bij goed gedrag en slecht bij slecht gedrag. Variatie: spreek over de gevoelens van de kaartjes. Hoe denk je dat het kind op de prent zich voelt? Hoe zou jij je voelen? Wat kan je doen zodat het kind niet meer verdrietig is? Wat vind jij het leukste? Waarom vind jij dat leuk? Enz.
Ÿ  Spelkaarten: dubbelspel: Een spel voor 2-4 spelers. Schud en deel de kaarten met de plaatjes naar beneden. Kijk niet naar je kaarten. Speler 1 begint en draait de bovenste kaart om, leg ze op de tafel. Speler 2 doet hetzelfde. Als de kaarten hetzelfde zijn, moeten de spelers DUBBEL roepen. Degene die het eerste roept wint en krijgt de twee kaarten. De speler met de meeste kaarten is de winnaar.
Ÿ  Spelkaarten: sorteerspel: een spel voor 2-4 spelers. Schud de kaarten en geef iedere speler 7 kaarten. Leg de overige kaarten omgedraaid in het midden. Elke speler bekijkt zijn kaarten. Als er dubbele kaarten zijn leg je deze op de tafel voor je. Speler 1 begint en pakt een kaart van de stapel. Als deze hetzelfde is als een kaart die speler 1 al in zijn hand heeft, leg ze dan voor je op de tafel. Als er geen paar gemaakt kan worden, houd je de kaart in je hand. Het spel stopt als de kaarten in het midden op zijn. De speler met de meeste paren is dan de winnaar.
Ÿ  Spelkaarten: memory: Leg alle kaarten met de plaatjes naar beneden op de tafel. Speler 1 draait 2 kaarten om, zijn ze hetzelfde mag je ze houden en mag je nog eens. Zijn ze niet hetzelfde draai je ze terug om en mag speler 2. Het spel stopt als alle kaartjes op zijn en de speler met de meeste kaartjes is de winnaar.
Ÿ  Woordkaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
 

 

Turnen met Hopsabees

Hopsabees

Een educatief pakket voor een gezond verhaal in de turnzaal.
Je leert de kleuters op een actieve, bewuste en gezonde manier hun eigen vaardigheden en de wereld om hen heen te leren kennen.


Wat zit er in het educatief pakket?
  • posters GroteBees helpt de kleuters hun grove motoriek te oefenen
  • posters zelfredzaamheid samen IKbees leren kleuters spelenderwijs om zelfstandig te zijn
  • kleurplaat FIJNEBEES helpt de kleuters om hun fijne motoriek te ontwikkelen
  • schrijfvoorbeelden samen met de FIJNEBEES zetten de kleuters de stappen om te leren schrijven
  • ruimtelijke oefeningen met RUIMTEBEES

Als je op de link drukt krijg je leuke oefeningen te zien.
1ste/2de/3de kleuterklas.
Turnoefeningen met hopsabees


Hoe pakket aanvragen?
www.hopsabees.be voor meer oefeningen en online receptjes kan je gratis downloaden.

Ik heb tijdens de turnlessen de kleuters laten kennis maken met GROTEBEES. De posters hingen op en samen met de kleuters heb ik de oefeningen bekeken en voorgedaan. De kleuters konden nadien per twee de oefeningen zelfstandig uitvoeren. Als de kleuters een oefeningen gedaan hadden, konden ze de gezichtjes kleuren van de oefening.

Er is een spaarkaart van GROTEBEES met 5 vaardigheden.
  • springen
  • kracht
  • evenwicht
  • coördinatie
  • balvaardigheden
Als de spaarkaart vol is krijgen de kleuters een sticker van het beesje. De spaarkaart kan je opsturen en krijgen alle kleuters een leuk koekendoosje toegestuurd.

wedstrijd
Je kunt online meedoen met een fotowedstijd. Neem een foto van je kleuters in actie met GROTEBEES. De mooiste foto wordt dan foto van de maand en krijgt elke kleuter een rugzakje toegestuurd.
Mijn kleuters zijn gewonnen, zo werden wij "foto van de maand november 2015."

http://www.hopsabees.be/wedstrijd.php







ervaring met de taaltassen

de taaltassen:

een taaltas is een leuke educatieve tas waarin een prentenboek centraal staat. De taaltas is een middel om een bepaald thema met een kind bespreekbaar te maken.

Taaltas: Licht-donker
Taaltas: Bonte kleuren
Taaltas: Lichaam en kleding
Taaltas: speelgoed
taaltas: alledaagse  voorwerpen
 
Taaltas: Jules op het potje
 
Een taaltas is een mooi gedecoreerde en vrolijke tas, waarin een leuk kwalitatief goed prentenboek centraal staat. Bij dit prentenboek wordt dan een informatief boek gezocht met het desbetreffende thema en er worden educatieve middelen aan de taaltas toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan een spelletje, handpoppen, cd’s of cd’roms etc.
Een taaltas wordt vaak gebruikt vanuit school (kleuterklassen).

De taaltassen hebben als doel:
• Ouders te betrekken bij de ontwikkeling en het onderwijs van het kind.
• Op een speelse manier draagt de taaltas op een positieve manier bij tot een goede woordenschat en taalgebruik van het jonge kind.
• De taaltas stimuleert ouders om meer voor te lezen. Voorlezen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.
 
Vaak zitten er in de taaltassen een evaluatieformulier waar ervaringen met de desbetreffende taaltas onderling onder de ouders kunnen worden uitgewisseld.

Mijn ervaring met de taaltas
Als kleuterjuf heb ik enkele taaltassen ontwikkeld en ik hoop in de toekomst er nog meerdere te maken.
De taaltassen die ik gemaakt heb gaan over belangrijke thema’s in het leven van de kleuter.
Zo heb ik onder andere taaltassen gemaakt rondom de volgende prentenboeken:
 *Thema lichaam en kleding: Jules kriebelt en de kleren van Jules.
 *Thema bonte kleuren: Jules kiest geel en blauw.
 *Thema speelgoed: Van mij!
 *Thema alledaagse voorwerpen: eerste woorden boekjes.
 *Thema licht-donker: Huppel wil niet naar bed.
 *Thema Jules op het potje:

De taaltassen maak ik veelal van katoenen tasjes, waarop ik met textieltransfer papier de voorkant van het prentenboek druk. Ik zorg er veelal voor dat er een leuke knuffel in de tas zit en ik zoek er een leuk spelletje bij. Afhankelijk van het onderwerp kom ik dan nog op meer ideeën.
Tijdens de kring spreken we vaak nog even over het onderwerp en het desbetreffende boek.
Heb jij ervaring met de taaltas? Deel je ervaringsverhaal op mijn blog.

Taaltas

               Taaltas voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters.



Omdat taalontwikkeling niet alleen op school, maar ook thuis gebeurt, heb ik voor de zorg een taaltas gemaakt voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters. De bedoeling is dat de kleuter samen met de ouders de taaltas ontdekken. Ik heb een totaalpakket uitgewerkt om de jonge kleuters op een professionele manier te begeleiden in hun taalontwikkeling.


De vele activiteiten maken de kleuters gevoelig voor taal: ervaringen opdoen, nieuwe woorden leren kennen, spreken, luisteren, spelen met taal, omgaan met boeken en verhalen, …..

tip:


Gebruik de juiste woorden en niet de geluiden of gebaren: vb hond en geen waf-waf enz. Gebruik klare duidelijke spreektaal.




Aan de slag met de materialen in de tas


  • Boekjes: overloop alle prenten met je kind. Laat het kind de dingen verwoorden zoals ze onder de prent staan. Als men het niet weet, geef het goede voorbeeld en benoem met de juiste naam.
  • Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren.
  • Bordspel: Overloop en verwoord alle afbeeldingen met je kind voordat het spel begint. Gooi met kleurendobbelsteen en ga naar eerst volgende kleur dat gegooid is. Laat de kleuter benoemen wat de afbeelding is. Op de achterkant van het bordspel staan de verdere spelregels vermeld.
  • Luisterverhaal: Overloop alle luisterkaartjes met je kind. De juiste benaming vermelden. Vertel het verhaal op een rustig tempo en geef het kind de nodige tijd om het kaartje aan te duiden. Alles wat vet gedrukt staat moet het kind het juiste luisterkaartje aanduiden of omhoog steken. Variatie: Vertel zelf een verhaal met de nodige luisterkaartjes of speel samen met je kind. Fantasie en taal zijn onmisbaar bij dit gebeuren.
  • Geluidenspel: Overloop de geluidskaartjes met je kleuter en benoem wat er op staan. Op de cd staan geluiden. Het kind luistert naar de geluiden en moet raden welk geluid men hoort. De kleuter steekt het kaartje in de lucht van het geluid dat men hoort. Op de controle kaarten kan men kijken of het juist is.
  • Zoek in het boek: Laat de kleuter benoemen wat op het kaartje staat en zoek samen met je kleuter in de boekjes waar men die afbeelding terug vindt. Het zijn niet identieke prenten. Het gaat erom dat de kleuter de dingen herkent en benoemt. Vb: prent handschoenen, waar in de boekjes vind je handschoenen terug.
  • Memoriekaartjes: Laat de kleuter eerst benoemen wat op de memoriekaartjes staat. Nadien alle kaartjes omdraaien en 2 dezelfde zoeken. Steeds laten verwoorden wat men gevonden heeft. Als dit te moeilijk is kan men de kaartjes met de prenten naar boven leggen en dan 2 dezelfde zoeken en laten verwoorden.
  • Vertelplaat: laat je kleuter dingen vertellen die hij ziet op de vertelplaat. Stel vragen, laat de kleuter dingen benoemen en aanduiden. Het is de bedoeling om zoveel mogelijk taal uit te lokken bij de kleuter.
  • Kleurenspel: Samen met de kleuter de kaartjes benoemen. De kaartjes sorteren volgens kleur in het gekleurde zakje. Benoem de kleuren en laat de kleuter verwoorden wat hij/zij in het zakje stopt. Variatie: De kleuter de prenten laten sorteren volgens kleur en groenten of fruit. Gesprekje over de prent. Vind je dit lekker? Is het een groenten of fruit? Wanneer eten wij dat? Enz.