Verwenningproblematiek
Baby's kan je niet genoeg verwennen. Geef hen voldoende aandacht, verzorging en voeding zo schep je een vertrouwensband. Ouders mogen niet bang gemaakt worden voor teveel contact met hun baby. Knuffelen, stoeien, uitgebreid een badje geven, ..., dat is geen verwenning, dat zijn noodzakelijke behoeften.
Het belangrijkste verschil tussen kinderen goede aandacht geven en verwennen, is dat je alleen aandacht geeft als het kind dit op een positieve manier verdient. Bij verwennen krijgt het kind steeds positieve aanmoediging, ondanks het feit dat het gedrag goed of slecht is.
Verwenningsproblematiek wordt vooral aangetroffen in gezinnen die het beste voorhebben met hun kinderen en in een goede financiële positie verkeren. Het zijn ouders die veel voor hun kinderen over hebben, maar geen autoriteit gebruiken. De gevolgen kunnen ernstig zijn. Meestal treedt dit pas in de puberteit op. Ouders die hun kinderen opgevoed hebben met het idee dat het vermijden van conflicten de beste oplossing is, trachten de woede te sussen door terug op de eisen van de puber in te gaan.
gevolg:
Geen verantwoordelijkheidsgevoel
Geen zorg dragen of voorzichtig omspringen met spullen
Alles willen
Egocentrisme
Agressie
Negatief zelfbeeld
Problemen met autoriteit
verantwoordelijkheidsgevoel aanleren
*speelgoed opruimen
* iets maken als het stuk gaat
*kinderen zelf dingen laten doen
*kinderen laten ontdekken
*kinderen aanleren dat niet alles onmiddellijk kan
Belangrijkste voor ouders
Betrokken zijn met je kind. Betrokkenheid is er niet als je altijd ja zegt. Dat is een vorm van onoverzichtelijkheid. Opvoeden betekent soms discussiëren en ruzie maken, maar het komt altijd goed. Bij problematische verwenning is er sprake van grenzeloosheid en toegeeflijkheid van de kant van de ouders, waardoor de gezonde ontwikkeling van het kind in gevaar komt.
Ouderlijk gedrag
Belangrijk om een mooi evenwicht te zoeken tussen aanmoediging en verwachtingen. Verwende kinderen moet je niet veranderen, maar de ouders wel. Ouders hebben nodig dat hun houding ten opzichte van verwende kinderen veranderen en het kind zo te zien dat het een poging doet om de eigen verlangens te bereiken met ineffectieve manieren en gedrag.
Ouders kunnen hun eigen gedrag veranderen, open staan en de tijd nemen om het nieuwe gedrag aan hun kinderen aan te leren. Dat je als ouder bereid bent om de confrontatie aan te gaan, om te gaan met conflicten , de tijd nemen en te zoeken naar oplossingen.
Boekentip
Het verwende kind syndroom:
Auteur Willem de Jong
Uitgeverij: Picca
ISBN 9789492525352
Informatie door de opleiding kinderpsychologie
Welkom op mijn website! Ik ben Debby Aerts, sinds 2010 werk ik met kinderen. Eerst als kinderverzorgster en sinds 2012 als leerkracht in het basisonderwijs. Eerst als kleuterjuf maar sinds enkele jaren ben ik leerkracht lager onderwijs. In 2012 richtte ik deze website op om al mijn ideeën met collega’s te kunnen delen.
Projectwerking in type 2 onderwijs
Projectwerking
In het type 2 onderwijs hadden wij elke woensdag projectwerking. Dat hield in dat wij rond een bepaald thema het hele jaar doorwerkten. Dat was ook het thema van het schoolfeest en heel de school werkte rond dat bepaald thema. Dit jaar was het thema de 4 natuurelementen.
Met de clustergroep van type 2 (4klassen) hadden we de 4 natuurelementen verder uitgewerkt.
De leerlingen werden verdeeld onder elkaar, er werden 4 groepjes gemaakt van elk ongeveer 7 leerlingen. De leerkrachten kregen elk een kleur toegewezen met bijhorende sjaaltjes. De leerlingen kregen een gekleurde sjaal en gingen met de desbetreffende leerkracht mee naar het klaslokaal. De leerkracht had allerlei activiteiten uitgewerkt en de leerlingen bleven de hele voormiddag bij die leerkracht, 4 weken lang deed de leerkracht dezelfde activiteiten binnen een bepaald onderdeel van het thema.
Na elke 4 weken kwamen de leerkrachten terug samen om te overleggen wat het volgende onderdeel ging zijn en welke activiteiten iedere leerkracht van plan was om te doen.Dit om niet dezelfde activiteiten aan te bieden en te zorgen voor voldoende afwisseling. Steeds werd er ook geëvalueerd en dingen besproken wat beter kon of wat er goed gegaan was.
Deze projectwerking heeft ervoor gezorgd dat elke leerkracht zijn sterke punten verder kon uitwerken en dat elke leerling hier de vruchten van kon dragen. De leerlingen leerden elkaar beter kennen op een andere manier en geraakten vertrouwd met de andere leerkrachten.
In het type 2 onderwijs hadden wij elke woensdag projectwerking. Dat hield in dat wij rond een bepaald thema het hele jaar doorwerkten. Dat was ook het thema van het schoolfeest en heel de school werkte rond dat bepaald thema. Dit jaar was het thema de 4 natuurelementen.
Met de clustergroep van type 2 (4klassen) hadden we de 4 natuurelementen verder uitgewerkt.
*aarde
*wind
*vuur
*water
We werkten met een doorschuifsysteem. Zo kon elke leerling kennismaken met een bepaalde leerkracht en de activiteiten die de leerkracht aanbood. De sterke kwaliteiten van elke leerkracht kwamen tot zijn recht. De leerkracht die goed kon koken deed kookactiviteiten, de creatieve leerkracht deed beeldactiviteiten, zang/dans en woordactiviteiten nam de muzikaal aangelegde leerkracht op zich en de leerkracht met de meeste feeling voor wereldoriëntatie bracht de leerlingen op een leuke creatieve manier wat kennis bij. Elke week werd een bepaald onderdeel herhaald en dit 4 weken lang.
Na elke 4 weken kwamen de leerkrachten terug samen om te overleggen wat het volgende onderdeel ging zijn en welke activiteiten iedere leerkracht van plan was om te doen.Dit om niet dezelfde activiteiten aan te bieden en te zorgen voor voldoende afwisseling. Steeds werd er ook geëvalueerd en dingen besproken wat beter kon of wat er goed gegaan was.
Deze projectwerking heeft ervoor gezorgd dat elke leerkracht zijn sterke punten verder kon uitwerken en dat elke leerling hier de vruchten van kon dragen. De leerlingen leerden elkaar beter kennen op een andere manier en geraakten vertrouwd met de andere leerkrachten.
SMOG
Algemene informatie over SMOG:
SMOG staat voor Spreken
Met Ondersteuning van Gebaren
Bij SMOG wordt er
gebruik gemaakt van SPRAAK, waarbij
men enkel de sleutelwoorden ondersteunt met gebaren.
Je hoort niet alleen
spreken, maar je ziet ook iets. Dit
biedt extra informatie. Als er meerdere kanalen gebruikt worden, is de kans
groter dat de kinderen het beter begrijpen.
Daarom is een goede gezichtsexpressie
enorm belangrijk.
SMOG omvat ongeveer
500 gebaren. Dit is een vrij beperkt aantal. Het gevolg is dat gebaren vaak
staan voor overkoepelende begrippen
(concepten). Dit betekent dat
woorden binnen éénzelfde betekenissfeer eenzelfde gebaar hebben. Vb. Het gebaar voor lepel is hetzelfde
gebaar voor pudding.
Bij SMOG wordt er veel gebruik gemaakt van:
Bij SMOG wordt er veel gebruik gemaakt van:
1. gezichtsexpressie: als je zegt dat je boos bent, dan moet
je mimiek hieraan aangepast zijn.
2. natuurlijke bewegingen: het verschil tussen “een
auto” en “een auto rijdt” wordt
duidelijk gemaakt door zelf naar voor te bewegen.
3. plaats: het gebaar van de zon wordt in de lucht uitgevoerd.
4. richting: bij de uitdrukking “ik kijk naar” kan je al heel wat info weergeven door
de juiste richting te ondersteunen.
6. oriëntatie: aanpassen van bepaalde gebaren naargelang de context, vb. “In de doos” is
niet gelijk aan “in de kast”.
7. pointing: voorwerpen
die in de ruimte aanwezig zijn, duid je aan.
8. vraag steeds om te kijken voor je communiceert.
9. pas je taal
(woordkeuze/zinsbouw/spreeksnelheid) aan aan het niveau van de SMOGgebruiker.
Wat is de meerwaarde van SMOG:
Het vertrekpunt van
SMOG is het “Nederlands met gebaren”, het gebarensysteem dat
gebaseerd is op de
doventaal.
voor mentaal
gehandicapten. De gebaren zijn geselecteerd op basis van hoge bruikbaarheid
en ze zijn gemakkelijk uitvoerbaar.
Nuttige links
verteltassen "tip de muis"
verteltassen voor de oudste kleuters
Verteltas "tip de muis vindt pesten niet leuk"
Verteltas "tip de muis vindt pesten niet leuk"
Boekje:
Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters
laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien
op de prenten.
CD/pc:
er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet
elke dvd speler kan dit afspelen.
Stappenplan:
De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Woordkaartjes:
Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op
het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Knijpkaart:
Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de
ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de
kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is.
Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Memory: leg
alle kaartjes met de afbeeldingen naar beneden. Draai 2 kaartjes om, zijn ze
hetzelfde mag je het paar houden en mag je nog eens. Zijn ze niet hetzelfde
draai je ze terug om en mag de volgende speler. De speler met de meeste paren
is de winnaar.
Kookrecepten:
Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de
ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet,
helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert
hij/zij maten en gewichten kennen.
Muizenspel:
de kleuter telt de aantal kazen die op de muis staan en knijpt het aantal
wasknijpers op de muis zoals hij/zij geteld heeft. De kleuter kan nadien de
muizen leggen op chronologische volgorde.
Cijferkaartjes:
de kleuter telt het aantal dat op de kaartjes staat en legt het juiste
cijfer erbij. De kleuter legt de kaartjes op chronologische volgorde
Kleurplaten:
voorbereidend schrijven: Men kan de kleurplaat tegen de raam hangen en er
een wit papier overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te
overtrekken. Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
Verteltas "tip de muis wil de beste zijn"
Boekje:
Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters
laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien
op de prenten.
Muizenspel:
Laat de jongste speler beginnen. Gooi met de dobbelsteen en ga het aantal ogen
dat gegooid is verder. Kom je op leeg vakje gebeurt er niets. Anders kijk op
welke kleur kaas je staat en wat je dan moet doen. De regels staan op het
bordspel. De speler die eerst bij de muis komt is de winnaar.
CD/pc:
er staan liedjes en filmpjes op die je best op de computer afspeelt want niet
elke dvd speler kan dit afspelen.
Begrippen:
Laat de kleuter vertellen waar de muis staat
Stappenplan:
De kleuter kan leren om een muis te tekenen volgens het stappenplan.
Knijpkaart:
Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de
ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de
kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is.
Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Woordkaartjes:
Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op
het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Rijmkaartjes:
lees de kaartjes voor en laat de kleuter de kaartjes bij elkaar leggen die
rijmen. variatie: lees de kaartjes niet voor en laat de kleuter zelf de
dingen zoeken die rijmen. Nadien kan je samen met je kleuter de dingen laten
benoemen en nakijken of het juist is.
Muizen-kaas-appelspel:
Patronen herkennen, bij elke muis dezelfde appel en kaas leggen. Variatie:
spelen als memory leg alle kaarten met de afbeeldingen naar beneden.
Draai 3 kaartjes om. Zoek 1 muis, 1 appel en 1 kaas met hetzelfde patroon. Zijn
deze hetzelfde mag je de kaarten bijhouden anders draai je de kaarten terug om.
Variatie:
Omschrijf welk patroon je wil, kleuter zoekt de prent die je bedoelt. Laat
de kleuter ook voor jou een patroon omschrijven en zoek jij de prent.
Variatie:
Kwartet: Verdeel de kaarten onder elke speler. Elke speler krijgt evenveel
kaarten. Heb je een paar (3 dezelfde patronen, 1 muis, 1 appel en 1 kaas) dan
leg je die bij elkaar aan de kant. Speler 1 vraagt aan een tegenspeler de kaart
die hij wil om een paar te vormen. Bv: speler 2 heb jij voor mij de kaart van
een muis met patroon van vlinders? Speler 2 geeft die kaart. Dan mag speler 2
een kaart vragen enz. De winnaar is de speler met de meeste paren.
Kleuren
en vormenspel: overloop alle kaartjes met je kleuter. Laat hen de kaartjes
benoemen, de vormen en de kleuren. Lees de woordenkaartjes voor, de kleuter
moet het woordenkaartje bij het juiste vormen of kleurenkaartje leggen.
Variatie:
Omschrijf welk kaartje je bedoelt: vb het is geel en je ziet het als het
donker is in de lucht? Als kleuter juist geraden heeft, mag hij/zij het
woordkaartje STER bij de vorm ster leggen. Enz. De kleuren kan je omschrijven
de zon is GEEL? De kleuter legt het kaartje GEEL bij de gele dino enz.
Voorbereidend schrijven: De kleuter gaat met
potlood over de stippenlijnen van de kaas. Nadien kan men dit inkleuren. Laat
de kleuter zijn/haar naam zelf schrijven op het blad.
Variatie:
Men kan het papier tegen de raam hangen en er een wit papier
overhangen. De kleuter kan het nu overtekenen door de lijnen te overtrekken.
Nadien kan de kleuter dit inkleuren.
verteltas "tip de muis is ondeugend"
Boekje:
Lees het verhaal voor. Laat je kleuter het verhaal na vertellen. De kleuters
laten vertellen aan de hand van de prenten of hen laten vertellen wat ze zien
op de prenten.
Kookrecepten:
Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de
ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet,
helpt de taal stimuleren. Laat je kleuter de ingrediënten zelf wegen, zo leert
hij/zij maten en gewichten kennen.
Pc /cd: er
staan liedjes en filmpjes op die je kleuter kan bekijken. Wel op de computer
opzetten gaat niet op alle DVD spelers.
Knijpkaart:
Kennismaken met optellen. De kleuter leest de eerste oefening samen met de
ouder. Waar het juiste cijfer staat knijp je de gele wasknijper enz. Als men de
kaart omdraait ziet men de oplossingen en kan men controleren of het juist is.
Komen de wasspelden met de kleuren overeen dan is het juist.
Goed/slecht
kaartjes: Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op de kaart. Bespreek
de kaart met je kleuter. Is dit gedrag goed of slecht? Laat de kleuter dit
verwoorden en laat hen de kaartjes sorteren, goed gedrag bij goed gedrag en
slecht bij slecht gedrag. Variatie: spreek
over de gevoelens van de kaartjes. Hoe denk je dat het kind op de prent zich
voelt? Hoe zou jij je voelen? Wat kan je doen zodat het kind niet meer
verdrietig is? Wat vind jij het leukste? Waarom vind jij dat leuk? Enz.
Spelkaarten:
dubbelspel: Een spel voor 2-4 spelers. Schud en deel de kaarten met
de plaatjes naar beneden. Kijk niet naar je kaarten. Speler 1 begint en draait
de bovenste kaart om, leg ze op de tafel. Speler 2 doet hetzelfde. Als de
kaarten hetzelfde zijn, moeten de spelers DUBBEL roepen. Degene die het eerste
roept wint en krijgt de twee kaarten. De speler met de meeste kaarten is de
winnaar.
Spelkaarten:
sorteerspel: een spel voor 2-4 spelers. Schud de kaarten en geef
iedere speler 7 kaarten. Leg de overige kaarten omgedraaid in het midden. Elke
speler bekijkt zijn kaarten. Als er dubbele kaarten zijn leg je deze op de
tafel voor je. Speler 1 begint en pakt een kaart van de stapel. Als deze
hetzelfde is als een kaart die speler 1 al in zijn hand heeft, leg ze dan voor
je op de tafel. Als er geen paar gemaakt kan worden, houd je de kaart in je
hand. Het spel stopt als de kaarten in het midden op zijn. De speler met de
meeste paren is dan de winnaar.
Spelkaarten:
memory: Leg alle kaarten met de plaatjes naar beneden op de tafel.
Speler 1 draait 2 kaarten om, zijn ze hetzelfde mag je ze houden en mag je nog
eens. Zijn ze niet hetzelfde draai je ze terug om en mag speler 2. Het spel
stopt als alle kaartjes op zijn en de speler met de meeste kaartjes is de
winnaar.
Woordkaartjes:
Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet op het kaartje. Lees voor wat op
het kaartje staat en laat de kleuter hetzelfde woord zoeken.
Turnen met Hopsabees
Hopsabees
Een educatief pakket voor een gezond verhaal in de turnzaal.
Je leert de kleuters op een actieve, bewuste en gezonde manier hun eigen vaardigheden en de wereld om hen heen te leren kennen.
Wat zit er in het educatief pakket?
1ste/2de/3de kleuterklas.
Turnoefeningen met hopsabees
Hoe pakket aanvragen?
www.hopsabees.be voor meer oefeningen en online receptjes kan je gratis downloaden.
Ik heb tijdens de turnlessen de kleuters laten kennis maken met GROTEBEES. De posters hingen op en samen met de kleuters heb ik de oefeningen bekeken en voorgedaan. De kleuters konden nadien per twee de oefeningen zelfstandig uitvoeren. Als de kleuters een oefeningen gedaan hadden, konden ze de gezichtjes kleuren van de oefening.
Er is een spaarkaart van GROTEBEES met 5 vaardigheden.
wedstrijd
Je kunt online meedoen met een fotowedstijd. Neem een foto van je kleuters in actie met GROTEBEES. De mooiste foto wordt dan foto van de maand en krijgt elke kleuter een rugzakje toegestuurd.
Mijn kleuters zijn gewonnen, zo werden wij "foto van de maand november 2015."
http://www.hopsabees.be/wedstrijd.php
Een educatief pakket voor een gezond verhaal in de turnzaal.
Je leert de kleuters op een actieve, bewuste en gezonde manier hun eigen vaardigheden en de wereld om hen heen te leren kennen.
Wat zit er in het educatief pakket?
- posters GroteBees helpt de kleuters hun grove motoriek te oefenen
- posters zelfredzaamheid samen IKbees leren kleuters spelenderwijs om zelfstandig te zijn
- kleurplaat FIJNEBEES helpt de kleuters om hun fijne motoriek te ontwikkelen
- schrijfvoorbeelden samen met de FIJNEBEES zetten de kleuters de stappen om te leren schrijven
- ruimtelijke oefeningen met RUIMTEBEES
1ste/2de/3de kleuterklas.
Turnoefeningen met hopsabees
Hoe pakket aanvragen?
www.hopsabees.be voor meer oefeningen en online receptjes kan je gratis downloaden.
Ik heb tijdens de turnlessen de kleuters laten kennis maken met GROTEBEES. De posters hingen op en samen met de kleuters heb ik de oefeningen bekeken en voorgedaan. De kleuters konden nadien per twee de oefeningen zelfstandig uitvoeren. Als de kleuters een oefeningen gedaan hadden, konden ze de gezichtjes kleuren van de oefening.
Er is een spaarkaart van GROTEBEES met 5 vaardigheden.
- springen
- kracht
- evenwicht
- coördinatie
- balvaardigheden
wedstrijd
Je kunt online meedoen met een fotowedstijd. Neem een foto van je kleuters in actie met GROTEBEES. De mooiste foto wordt dan foto van de maand en krijgt elke kleuter een rugzakje toegestuurd.
Mijn kleuters zijn gewonnen, zo werden wij "foto van de maand november 2015."
http://www.hopsabees.be/wedstrijd.php
ervaring met de taaltassen
de taaltassen:
een taaltas is een leuke educatieve tas waarin een prentenboek centraal staat. De taaltas is een middel om een bepaald thema met een kind bespreekbaar te maken.
Een taaltas is een mooi gedecoreerde en vrolijke tas, waarin een leuk kwalitatief goed prentenboek centraal staat. Bij dit prentenboek wordt dan een informatief boek gezocht met het desbetreffende thema en er worden educatieve middelen aan de taaltas toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan een spelletje, handpoppen, cd’s of cd’roms etc.
Een taaltas wordt vaak gebruikt vanuit school (kleuterklassen).
De taaltassen hebben als doel:
Vaak zitten er in de taaltassen een evaluatieformulier waar ervaringen met de desbetreffende taaltas onderling onder de ouders kunnen worden uitgewisseld.
Mijn ervaring met de taaltas
*Thema lichaam en kleding: Jules kriebelt en de kleren van Jules.
*Thema bonte kleuren: Jules kiest geel en blauw.
*Thema speelgoed: Van mij!
*Thema alledaagse voorwerpen: eerste woorden boekjes.
*Thema licht-donker: Huppel wil niet naar bed.
*Thema Jules op het potje:
De taaltassen maak ik veelal van katoenen tasjes, waarop ik met textieltransfer papier de voorkant van het prentenboek druk. Ik zorg er veelal voor dat er een leuke knuffel in de tas zit en ik zoek er een leuk spelletje bij. Afhankelijk van het onderwerp kom ik dan nog op meer ideeën.
Tijdens de kring spreken we vaak nog even over het onderwerp en het desbetreffende boek.
Heb jij ervaring met de taaltas? Deel je ervaringsverhaal op mijn blog.
een taaltas is een leuke educatieve tas waarin een prentenboek centraal staat. De taaltas is een middel om een bepaald thema met een kind bespreekbaar te maken.
| Taaltas: Licht-donker |
| Taaltas: Bonte kleuren |
| Taaltas: Lichaam en kleding |
| Taaltas: speelgoed |
| Taaltas: Jules op het potje |
Een taaltas wordt vaak gebruikt vanuit school (kleuterklassen).
De taaltassen hebben als doel:
• Ouders te betrekken bij de ontwikkeling en het onderwijs van het kind.
• Op een speelse manier draagt de taaltas op een positieve manier bij tot een goede woordenschat en taalgebruik van het jonge kind.
• De taaltas stimuleert ouders om meer voor te lezen. Voorlezen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.
Mijn ervaring met de taaltas
Als kleuterjuf heb ik enkele taaltassen ontwikkeld en ik hoop in de toekomst er nog meerdere te maken.
De taaltassen die ik gemaakt heb gaan over belangrijke thema’s in het leven van de kleuter.
Zo heb ik onder andere taaltassen gemaakt rondom de volgende prentenboeken:
*Thema bonte kleuren: Jules kiest geel en blauw.
*Thema speelgoed: Van mij!
*Thema alledaagse voorwerpen: eerste woorden boekjes.
*Thema licht-donker: Huppel wil niet naar bed.
*Thema Jules op het potje:
De taaltassen maak ik veelal van katoenen tasjes, waarop ik met textieltransfer papier de voorkant van het prentenboek druk. Ik zorg er veelal voor dat er een leuke knuffel in de tas zit en ik zoek er een leuk spelletje bij. Afhankelijk van het onderwerp kom ik dan nog op meer ideeën.
Tijdens de kring spreken we vaak nog even over het onderwerp en het desbetreffende boek.
Heb jij ervaring met de taaltas? Deel je ervaringsverhaal op mijn blog.
Taaltas
Taaltas voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters.
Omdat taalontwikkeling
niet alleen op school, maar ook thuis gebeurt, heb ik voor de zorg een
taaltas gemaakt voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters. De bedoeling is dat
de kleuter samen met de ouders de taaltas ontdekken. Ik heb een
totaalpakket uitgewerkt om de jonge kleuters op een professionele manier te
begeleiden in hun taalontwikkeling.
De vele activiteiten maken de kleuters gevoelig voor taal:
ervaringen opdoen, nieuwe woorden leren kennen, spreken, luisteren, spelen met
taal, omgaan met boeken en verhalen, …..
tip:
Gebruik de juiste
woorden en niet de geluiden of gebaren: vb hond en geen waf-waf enz.
Gebruik klare duidelijke spreektaal.
Aan de slag met de materialen in de tas
- Boekjes: overloop alle prenten met je kind. Laat het kind de dingen verwoorden zoals ze onder de prent staan. Als men het niet weet, geef het goede voorbeeld en benoem met de juiste naam.
- Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren.
- Bordspel: Overloop en verwoord alle afbeeldingen met je kind voordat het spel begint. Gooi met kleurendobbelsteen en ga naar eerst volgende kleur dat gegooid is. Laat de kleuter benoemen wat de afbeelding is. Op de achterkant van het bordspel staan de verdere spelregels vermeld.
- Luisterverhaal: Overloop alle luisterkaartjes met je kind. De juiste benaming vermelden. Vertel het verhaal op een rustig tempo en geef het kind de nodige tijd om het kaartje aan te duiden. Alles wat vet gedrukt staat moet het kind het juiste luisterkaartje aanduiden of omhoog steken. Variatie: Vertel zelf een verhaal met de nodige luisterkaartjes of speel samen met je kind. Fantasie en taal zijn onmisbaar bij dit gebeuren.
- Geluidenspel: Overloop de geluidskaartjes met je kleuter en benoem wat er op staan. Op de cd staan geluiden. Het kind luistert naar de geluiden en moet raden welk geluid men hoort. De kleuter steekt het kaartje in de lucht van het geluid dat men hoort. Op de controle kaarten kan men kijken of het juist is.
- Zoek in het boek: Laat de kleuter benoemen wat op het kaartje staat en zoek samen met je kleuter in de boekjes waar men die afbeelding terug vindt. Het zijn niet identieke prenten. Het gaat erom dat de kleuter de dingen herkent en benoemt. Vb: prent handschoenen, waar in de boekjes vind je handschoenen terug.
- Memoriekaartjes: Laat de kleuter eerst benoemen wat op de memoriekaartjes staat. Nadien alle kaartjes omdraaien en 2 dezelfde zoeken. Steeds laten verwoorden wat men gevonden heeft. Als dit te moeilijk is kan men de kaartjes met de prenten naar boven leggen en dan 2 dezelfde zoeken en laten verwoorden.
- Vertelplaat: laat je kleuter dingen vertellen die hij ziet op de vertelplaat. Stel vragen, laat de kleuter dingen benoemen en aanduiden. Het is de bedoeling om zoveel mogelijk taal uit te lokken bij de kleuter.
- Kleurenspel: Samen met de kleuter de kaartjes benoemen. De kaartjes sorteren volgens kleur in het gekleurde zakje. Benoem de kleuren en laat de kleuter verwoorden wat hij/zij in het zakje stopt. Variatie: De kleuter de prenten laten sorteren volgens kleur en groenten of fruit. Gesprekje over de prent. Vind je dit lekker? Is het een groenten of fruit? Wanneer eten wij dat? Enz.
Abonneren op:
Posts (Atom)


