Taaltas

               Taaltas voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters.



Omdat taalontwikkeling niet alleen op school, maar ook thuis gebeurt, heb ik voor de zorg een taaltas gemaakt voor de jongste kleuters of anderstalige kleuters. De bedoeling is dat de kleuter samen met de ouders de taaltas ontdekken. Ik heb een totaalpakket uitgewerkt om de jonge kleuters op een professionele manier te begeleiden in hun taalontwikkeling.


De vele activiteiten maken de kleuters gevoelig voor taal: ervaringen opdoen, nieuwe woorden leren kennen, spreken, luisteren, spelen met taal, omgaan met boeken en verhalen, …..

tip:


Gebruik de juiste woorden en niet de geluiden of gebaren: vb hond en geen waf-waf enz. Gebruik klare duidelijke spreektaal.




Aan de slag met de materialen in de tas


  • Boekjes: overloop alle prenten met je kind. Laat het kind de dingen verwoorden zoals ze onder de prent staan. Als men het niet weet, geef het goede voorbeeld en benoem met de juiste naam.
  • Kookrecepten: Samen koken met je kind is reuzeleuk. Gebruik de juiste benaming van de ingrediënten en de keukenbenodigdheden. Veel praten en verwoorden wat je doet, helpt de taal stimuleren.
  • Bordspel: Overloop en verwoord alle afbeeldingen met je kind voordat het spel begint. Gooi met kleurendobbelsteen en ga naar eerst volgende kleur dat gegooid is. Laat de kleuter benoemen wat de afbeelding is. Op de achterkant van het bordspel staan de verdere spelregels vermeld.
  • Luisterverhaal: Overloop alle luisterkaartjes met je kind. De juiste benaming vermelden. Vertel het verhaal op een rustig tempo en geef het kind de nodige tijd om het kaartje aan te duiden. Alles wat vet gedrukt staat moet het kind het juiste luisterkaartje aanduiden of omhoog steken. Variatie: Vertel zelf een verhaal met de nodige luisterkaartjes of speel samen met je kind. Fantasie en taal zijn onmisbaar bij dit gebeuren.
  • Geluidenspel: Overloop de geluidskaartjes met je kleuter en benoem wat er op staan. Op de cd staan geluiden. Het kind luistert naar de geluiden en moet raden welk geluid men hoort. De kleuter steekt het kaartje in de lucht van het geluid dat men hoort. Op de controle kaarten kan men kijken of het juist is.
  • Zoek in het boek: Laat de kleuter benoemen wat op het kaartje staat en zoek samen met je kleuter in de boekjes waar men die afbeelding terug vindt. Het zijn niet identieke prenten. Het gaat erom dat de kleuter de dingen herkent en benoemt. Vb: prent handschoenen, waar in de boekjes vind je handschoenen terug.
  • Memoriekaartjes: Laat de kleuter eerst benoemen wat op de memoriekaartjes staat. Nadien alle kaartjes omdraaien en 2 dezelfde zoeken. Steeds laten verwoorden wat men gevonden heeft. Als dit te moeilijk is kan men de kaartjes met de prenten naar boven leggen en dan 2 dezelfde zoeken en laten verwoorden.
  • Vertelplaat: laat je kleuter dingen vertellen die hij ziet op de vertelplaat. Stel vragen, laat de kleuter dingen benoemen en aanduiden. Het is de bedoeling om zoveel mogelijk taal uit te lokken bij de kleuter.
  • Kleurenspel: Samen met de kleuter de kaartjes benoemen. De kaartjes sorteren volgens kleur in het gekleurde zakje. Benoem de kleuren en laat de kleuter verwoorden wat hij/zij in het zakje stopt. Variatie: De kleuter de prenten laten sorteren volgens kleur en groenten of fruit. Gesprekje over de prent. Vind je dit lekker? Is het een groenten of fruit? Wanneer eten wij dat? Enz.

ééndoostaken


                                                      

                     ééndoostaken voor kinderen met autisme






De fijne motoriek en de denkontwikkeling wordt hier gestimuleerd. De fijne motoriek is een voorbereiding op het voorbereidend schrijven. De denkontwikkeling wordt gestimuleerd want de kinderen moeten de kleuren onderscheiden en ordenen. (classificeren en seriëren).
De oog- hand coördinatie is hierbij belangrijk. De kinderen moeten een kleine parel tussen de vingers houden om vervolgens de parel over de pijpenrager te schuiven en met de andere hand de pijpenrager vast houden.  Het is duidelijk voor de kinderen wat ze hier moeten doen omdat er al 1 voorbeeldparel aanhangt.  Ik heb nu voor kleine parels gekozen maar men kan differentiëren. Grotere parels, skoebidoe koord omdat het fijnere is om vast te houden en niet zo stevig.


De kleuren leren kennen en de fijne motoriek stimuleren.
Het kind plaatst de wasknijpers op het juiste doosje en/of het kind neemt de wasknijper van het doosje en legt het in het doosje.
Knopen in juiste opening stoppen: fijne motoriek en ruimtelijk inzicht.





De stokjes in de gaten steken of de stokjes uit de gaten doen.

Met tang de schelpen in de doos steken.










Dopjes rijgen kleur bij kleur. Er hangt al 1 voorbeeldje aan. 



Parels rijgen aan touw of koord. Twee verschillende moeilijkheidsgraden.
                                             Gekleurde pijpjes in de juiste  gaatjes steken





Onderzoekend leren

                                       Onderzoekend leren

Wat is onderzoekend leren?

Onderzoekend leren is een werkvorm die kinderen aanzet om op een actieve manier de wereld rondom hun te onderzoeken en ontdekken. De natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen wordt geprikkeld. De kinderen proberen antwoorden te vinden op hun vragen. Het is zelfstandig dingen ondernemen, plannen, uitvoeren en evolueren. Het leerproces staat hierbij centraal en niet de leerinhoud.



groeperingsvormen belangrijk bij onderzoekend leren
Wisselende groeperingsvormen gebruiken:
- Probleemstelling klassikaal.
- Kinderen de vrije keuze laten of ze in groep werken of individueel.
- De kinderen sturen en begeleiden tijdens het ontwerpen en maken.
- Klassikaal in gebruik nemen van hun ontwerp.
- Klassikaal evolueren en interactie stimuleren tussen de kinderen.
- De kinderen nadien terug hun ontwerp aanpassen, bijsturen in groep of individueel.

Rol van de leerkracht bij onderzoekend leren
De onderzoekende houding en vaardigheden stimuleren bij kinderen, zal ervoor zorgen dat de kinderen tot onderzoekend leren komen. De kinderen mogen zelf de groepssamenstelling kiezen. De wisselende groeperingsvormen (klassikaal, in kleine groepjes, duo of individueel) toepassen.

Openvragen stellen:
De kinderen individueel als klassikaal sturen door goede onderzoeksvragen te stellen. Het probleem wordt klassikaal voorgesteld. De leerkracht stelt open onderzoeksvragen aan de kinderen. Vragen stellen om hen actief te laten nadenken. De timide kinderen mee betrekken in het gesprek.
- Wat is het probleem?
-Hoe kunnen wij dat probleem oplossen?
-Wat hebben wij daar voor nodig?
-Hoe ga je dat ontwerpen?
-Hoe ga je dat onderzoeken?
-Wat denk jij dat er gebeurt?
- Denkt iedereen daar zo over?
- Iemand een idee hoe men dit kan oplossen?
Stimuleren van kinderen
De kinderen aanzetten om te vertellen wat ze denken, willen weten of ze het eens zijn met de andere.
-     Terug getrokken kinderen hun mening vragen, mee betrekken in het klassikaal gebeuren. Hun aanzetten om mee te denken, vragen naar hun ontwerp en hoe ze dat gemaakt hebben.
-     De kinderen positieve aandacht een feedback geven, zowel klassikaal als individueel.
-     De kinderen mogen hun eigen ideeën en ontwerpen klassikaal voorstellen aan de andere kinderen.
-     De kinderen stimuleren tot klassikale interactie, hun mening vragen of ze het eens zijn met de andere kinderen of hoe zij over iets denken.
-     De kinderen worden aangezet om hun ontwerp bij te schaven, aan te passen en verder te maken met de tips en ideeën die de kinderen aangaven.
Houding van de leerkracht:
1ste substituerende instructiestijl
Goede onderzoeksvragen stellen. Kritische vragen formuleren. Herformuleren van wat de kinderen vertellen. De kinderen aanzetten om te luisteren naar de andere, door de naam te noemen van het kind dat niet luistert. Hebben jullie gehoord wat x. zei? Herhaal het nog eens want dat is misschien wel een goede oplossing. Het kind herhaalt zijn eigen woorden en de andere kinderen zijn dan betrokken aan het luisteren. Kinderen die niet tot onderzoekend leren komen, individueel begeleiden, stimuleren door openvragen te stellen, herformuleren en een goede luisterhouding aannemen.
2de activerende instructiestijl
De kinderen voeren individueel onderzoek uit en oefenen hun onderzoekende houding en vaardigheden. Meer kans om zelfstandig te werken, leerkracht stelt vragen om hen actief te laten nadenken over de genomen stappen en de gekozen strategieën. Zelfsturend leren. Goede reflectievragen van de leerkracht.
3de kapitaliserende instructiestijl
De kinderen zoveel mogelijk loslaten en voldoende mogelijkheden scheppen zodat de kinderen vrij zelfstandig en zelfgestuurd onderzoekend kunnen leren. Door de kinderen zelf worden uitgevoerd waarbij zij zelf verantwoordelijkheid in dit leerproces dienen op te nemen.

Taalachterstand (TOS)

Wanneer woorden te kort schieten


TOS

TOS is in onze maatschappij en op scholen een problematiek die nog geen bekendheid heeft. Op veel scholen is er wel aandacht voor dyslexie, dyscalculie, ADHD, autisme, ect, maar TOS is een net zo veel voorkomend probleem en deze herkenen we vaak niet.

De kinderen met een taalontwikkelingsstoornis worden met een heel andere problematiek geassocieerd. Denk hierbij aan dyslexie, gedragsproblemen, concentratieproblemen of zelfs een lage intelligentie, maar dat is niet juist.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een vertraagde en een afwijkende taalontwikkeling. Bij een vertraagde of langzame ontwikkeling is wanneer het taalgebruik van bijvoorbeeld een vierjarige kenmerken vertoont van twee- of driejarige kinderen.



De meeste mensen hebben nog nooit gehoord van een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Vaak is de kans groot dat ze je onbegrijpend aankijken als je ze vertelt dat je TOS hebt. Je kunt toch praten?


Als mensen merken dat je anders praat dan andere of dat je moeite hebt om dingen te begrijpen, dan denken ze al snel dat je dom bent of dat je een verstandelijke beperking hebt. Dat is vervelend! En niet waar!

TIPS:

-         Geef positieve reacties op taaluitingen van je kind;

-         Reageer begripvol wanneer het wat minder goed lukt;

-         Richt de aandacht niet enkel op het spreken van het kind, heb oog voor andere kwaliteiten;

-         Benut de sterke kanten van het kind, bevestig in wat hij/zij goed doet;

-         Ga op zoek naar activiteiten die aansluiten bij de kwaliteiten van het kind, succeservaring is belangrijk;

-         Volg niet alleen de leer-, maar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind nauwlettend op;

-         Werk nauw samen met instanties of personen die bij de begeleiding van het kind betrokken zijn.


De spraak- en taalontwikkeling extra stimuleren

-         Volg in gesprekken, bezigheden, onderwerpen, keuze van speelgoed en boekjes de interesse van het kind;

-         Breid woordenschat gedoseerd uit tijdens activiteiten die je samen met het kind doet, verwoord wat het kind doet  en verwoord wat je zelf doet;

-         Benut uitstapjes en speciale gebeurtenissen om op een speelse manier woordenschat uit te breiden (vb. Tijdens een bezoek aan de dierentuin komen een aantal nieuwe dierennamen aan bod);

-         Begeleid bepaald handelen ook met woorden (vb. jas ophangen).


Verstaanbaarheidsproblemen aanpakken

-         Vermijd omgevingslawaai tijdens een gesprek met het kind (zet de radio of tv uit);

-         Probeer verschillende gesprekken door elkaar te vermijden, zorg voor een beurtrol;

-         Laat gebruik van non-verbale communicatie (vb. gebaren en mimiek) toe;

-         Probeer het kind te volgen door te achterhalen waar hij mee bezig is, tracht uit de context af te leiden wat  hij wil vertellen;

-         Gebruik ik-boodschappen wanneer je het kind niet begrijpt (vb. Ik heb het niet begrepen, wil je het nog  eens zeggen), zo wordt het onvermogen bij de luisteraar gelegd en niet bij het kind;

-         Stel ja-/nee-, eenvoudige wie-/wat-/waar- of meerkeuzevragen wanneer je met het volgen en de herhaling van de uiting nog steeds niet weet wat het kind wil duidelijk maken.


                                
Visuele ondersteuning bieden

-         Maak dagelijkse vragen visueel (vb. Bij de vraag “wat wil je op je boterham” kan je laten zien waaruit het kind kan kiezen);

-         Visualiseer de opeenvolgende handelingen binnen een concrete situatie (vb. Reeks prenten ophangen van deelstappen zoals gezicht wassen, tanden poetsen, aankleden,…);

-         Gebruik visueel materiaal als je iets wil uitleggen aan het kind


Babbelspel over boerderijdieren
Aantal spelers: 2-6  Er moet iemand bij zijn dat de vragen leest.
Inhoud:
·        4 puzzelstukken- bordspel
·        Opdrachtkaarten: koe
·        Opdrachtkaarten: kip
·        Opdrachtkaarten: paard
·        Opdrachtkaarten: varken
·        Zakje
·        Speelgoed diertjes: koe, varken, kip, paard en schaap
Spelregels:
-         Puzzel maken tot een bordspel.
-         De opdrachtkaarten soort bij soort leggen. (koe bij koe enz.)
-         De opdrachtkaarten op het bordspel leggen.
-         1 iemand is quizmaster, het moet iemand zijn die kan lezen
-         In het zakje zitten de diertjes.
-         1 speler neemt een diertje uit het zakje zonder te kijken.
-         Hij/zij neemt hetzelfde opdrachtkaartje als diertje.
-         De quizmaster leest de opdracht en de speler doet wat op de opdrachtkaart staat.
-         Is het goed gedaan krijgt de speler de opdrachtkaart.
-         Neemt de speler het schaap uit het zakje, dan mag de speler een vraag stellen aan een andere speler. De andere speler antwoord of doet wat de 1ste speler vraagt.
-         Het zakje wordt doorgegeven aan de andere spelers, volgens de wijzers van de klok.
-         De speler die de meeste opdrachtkaartjes heeft verzameld is de winnaar.
Het spel nodigt kinderen uit om op een leuke speelse manier sociale- en interpersoonlijke vaardigheden concreet te ontwikkelen en te oefenen.

Gezonde voeding in Tongelsbos



 
 

Stage in Tongelsbos type 8 onderwijs.

De leerlingen maakten kennis met de voedingsdriehoek en leerden voedingsmiddelen sorteren in de verschillende categorieën.De leerlingen vertelden ook over hun eigen voedingsgewoonten, zowel thuis als op school. Het proeven van verschillende soorten fruit was leuk maar de citroen was zo zuur.
 
Wat is 1 liter? Hoeveel bekers gaan er uit 1 liter? Waar kan het meeste of minste water in?

 
Hoeveel stukken fruit komen erbij? Hoeveel appelen vallen van de boom?
 
 
Propjes maken, scheuren, knippen en lijmen met plezier, kijk maar eens op de  foto's hier.
 
       
                           woordjes maken aan de hand van een scrabbelspel, is veel leuker
 
  rekenen met dominostenen of matrix
 






Wat eten zij 's morgens?


Wat eet Loesje als ontbijt?



 

Het waren aangename leerrijke dagen die mij meer zicht gaven op het type 8 onderwijs.
Met het M-decreet in het vooruitzicht ben ik meer te weten gekomen over basisaanbod in het buitengewoononderwijs. Deze leerschool neem ik mee als extra bagage en ben ik weer wat wijzer geworden.