babbelspel over boerderijdieren


Er ontstaat meer en meer een taalachterstand bij onze kleuters. Daarom wou ik een gezelschapsspel maken dat de taal stimuleert bij kleuters en dat nauw aansluit bij hun belevingswereld. Ik kwam op het idee om een babbelspel te maken over boerderijdieren. Alle kleuters kennen of weten wel iets over dieren/ boerderijdieren.  Het is een spel dat vooral taal uitlokt bij kleuters. De kleuters moeten durven/kunnen spreken over hun eigen ervaringen, belevingen en fantasieën.

                       
Aantal spelers:
van 2 tot 6 spelers.
1 iemand is de quizmaster (iemand die kan lezen)

Leeftijd: 
vanaf 4 jaar         
                                                      


inhoud:
* puzzelstukken-bordspel
* opdrachtkaarten: koe
*opdrachtkaarten: kip
*opdrachtkaarten: paard
* opdrachtkaarten: varken
* zakje
* speelgoed diertjes: koe, varken, kip, paard en schaap

Spelregels:
° de opdrachtkaarten soort bij soort leggen (koe bij koe enz.)
° de opdrachtkaarten op het bordspel leggen
° 1 iemand is quizmaster, het moet iemand zijn die kan lezen
° zakje met boerderijdiertjes
° 1 speler neemt een diertje uit het zakje zonder te kijken
° Hij /zij neemt hetzelfde opdrachtkaartje als diertje
° de quizmaster leest de opdracht en de speler doet/zegt wat op het opdrachtenkaartje staat
° is het goed dan krijgt de speler het opdrachtkaartje
° neemt de speler het schaap uit het zakje, dan mag de speler een vraag stellen aan een tegenspeler. De tegenspeler antwoordt/ doet wat de 1ste speler vraagt.
° het zakje wordt doorgegeven aan de volgende speler
° de speler met de meeste opdrachtkaartjes is de winnaar

opdrachten varkenskaartjes
doe opdrachten:
- doe alsof je een poes bent die zich wast
- balk als een ezel
-miauw als een poes
-waggel als een eend
-stap als een kip
- galoppeer als een paard
-doe een hond na
enz.
de medespelers kunnen raden wat de kleuter nadoet. Zo lok je taal uit bij de medespelers

opdrachten kippenkaartjes
babbel over eigen ervaringen/ ideeën/ fantasieën
- welke dieren wonen er op een boerderij?
-Ben je al eens naar een boerderij geweest?
-wat vind jij van een boerderij?
-Verzorg jij graag dieren?
-zou jij graag een hond willen of heb jij een hond?
-wat vind jij van honden?
-Wat kan je vertellen over kippen?
-wat weet jij van varkens?
-Welke dieren heb jij thuis?
enz.
                                                                 
opdrachten paardenkaartjes
rijmen, klanken nabootsen
- wat rijmt er op schaap
-wat rijmt er op vacht
- wat rijmt er op koe
-wat rijmt er op bek
- wat klinkt hetzelfde als haan
- wat klinkt hetzelfde als schaap: raap, bek, hok
- wat klinkt hetzelfde als paard; stok, vacht, baard
enz.

opdrachten koekaartjes
vertelplaat kleine afbeeldingen/ vertelplaten
laat de kleuter spontaan vertellen over wat hij/ zij ziet
vertellen over zijn/ haar fantasieën
kortom laat de kleuter spontaan vertellen














van mij



 Met je vriendjes samen spelen- eerlijk zullen we alles delen!

Als Lola komt spelen, wil kleine beer zijn lievelingstijger niet met haar delen. Maar mama weet daar wel wat op ...

Het ideale boek om kleuters te leren dat ze moeten delen!!

Dit boek heeft mij ertoe aangezet om kleuters te leren 'samenspelen', hun beurt af te wachten, eerlijk te zijn, delen enz.
Ik ben opzoek gegaan naar allerlei spelletjes die kleuters samen kunnen doen. Zo ben ik uitgekomen bij volgende activiteiten, spelletjes en ideeën.

* bordspel: Overloop alle afbeeldingen met de kleuter(s) voordat het spel begint. Gooi met de dobbelsteen. Het aantal ogen dat je gegooid hebt ga je verder. Laat de kleuter benoemen wat de afbeelding is. Als men de afbeelding fout benoemt gaat men een stap achteruit. Wie eerst bij Jules aankomt is de winnaar.
doelen: regels en afspraken hanteren.
beurt afwachten
tegen verlies/winst kunnen
voorwerpen kunnen/durven benoemen

*lottospel:  laat de kleuter(s) alle afbeeldingen verwoorden. Elke kleuter krijgt een lottokaart. De lottokaartjes (kleine) liggen omgedraaid op de tafel. Neem om de beurt een lottokaartje, laat de kleuter benoemen wat erop staat, staat die afbeelding op jouw lottokaart, mag je dit op de juiste plaats leggen.Wie zijn lottokaart het eerst vol is , is de winnaar.
doelen: eerlijk spelen
voorwerpen juist kunnen verwoorden
gelijkenissen opmerken
durven spreken
delen van de kaartjes
*Memory/triomemory: Alle kaartjes liggen omgedraaid op de tafel. Draai 2 kaartjes om, benoem beide kaartjes, zijn ze hetzelfde mag je de kaartjes bijhouden. Zijn de kaartjes anders draai de kaartjes terug om. variatie: draai 3 kaartjes om, nu zoek je 3 dezelfde voorwerpen. Wie de meeste kaartjes heeft is gewonnen.
doelen: visueel geheugen
verschillen/gelijkenissen opmerken
kennismaken met letters/geschreven taal
leren samen spelen
omgaan met verlies
sociale vaardigheden worden gestimuleerd
*constructiemateriaal:  de kleuter(s) kunnen hier vrij mee spelen en construeren. Laat de kleuter(s) verwoorden wat ze gemaakt hebben. Je kunt hen stimuleren om de letters van hun naam te maken, om samen een constructie te maken, werken met voorbeeldkaarten of stappenplan, enz.
doelen: voorbereidend lezen
samen delen
samenspel
stappenplan leren lezen/naleven
muzisch omgaan met materiaal
*spel met rietjes: laat de kleuter(s) de rietjes door 2 gaatjes steken. Leg alle balletjes op de rietjes. Elke speler mag om de beurt een rietje eruit trekken. De bedoeling is om zo weinig mogelijk balletjes te laten vallen. De balletjes zolang mogelijk op de rietjes laten liggen. De kleuter(s) moeten elke keer een streepje zetten per balletje dat ze laten vallen. Geef daarom elke kleuter(s) een blad en potlood. Laat de kleuters turven. Wie de minste streepjes (balletjes laten vallen) heeft is gewonnen.
doelen: fijne motoriek
turven
kennismaken met aantal
1-1 relatie
akoestisch tellen
synchroon tellen
resultatief tellen







Jules kiest geel en blauw

In sommige kleuterklassen zit Jules. Jules is een pop, de sleutelfiguur waarrond een prachtig totaalpakket uitgewerkt is om de jonge kleuters op een professionele manier te begeleiden in hun totale ontwikkeling. 


Mijn rode draad is "kleuren" maar mijn inspiratiebron was Jules kiest geel en blauw. Alle activiteiten hebben te maken met 'bonte kleuren', de spelletjes en het verhaal zijn daarrond opgebouwd. Ik wil de kleuters kennis laten maken met kleuren en niet onbelangrijk de taal wordt gestimuleerd.

Ik hoop dat jullie wat inspiratie en ideeën hebben opgedaan en aan de slag kunnen met de materialen.

kleurenspel: De kleuter kan het juiste gekleurde bolletje
 leggen op het ijsje,
snoepje, enz. 

variatie: kleurenspel
vertelplaat/zoekplaat: Laat de kleuter de dingen zoeken in het boekje en aanduiden.
Laat de kleuter vertellen wat hij/zij ziet. Stel vragen aan de kleuters, lok taal uit.

zoekspel: lees voor wat op de kaart staat en zoek
samen met de kleuter de dingen die erop staan.

matrix: de kledingstukken in het juiste vakje kleven,
laat de kleuter alles benoemen

versjes spel: lees het versje voor en laat de kleuter Jules met de
verfpotjes in rooster l of rooster 2 leggen.
Lees het versje op een rustig tempo, geef de kleuter de tijd om het
kaartje in het rooster te leggen.

sorteerspel: Jules met de verfpotjes vb. alle rode dingen bij elkaar.
Alle groene, blauwe en gele dingen laten sorteren.
*variatie: Kaartjes met stippen: laat de kleuter het kaartje met het aantal
stippen bij de juiste hoeveelheid leggen.
vb. 5 stippen bij het kaartje met 5 aardbeien

dominospel: speel samen met de kleuter(s) .Verwoord elke kleur
en laat de kleuter ook elke kleur benoemen. Leg om de beurt een kaart
en maak zo een kleurenslang. Twee dezelfde kleuren moeten elkaar aansluiten.
Wie zijn kaartjes eerst op zijn is de winnaar.

Juiste woorden aanleren en gebruiken

Ik sta in het kleuteronderwijs en merk dat veel kleuters de taal niet begrijpen, problemen hebben met woorden uit te spreken of taalachterstand hebben. Daarom wil ik de kleuters stimuleren en taal uitlokken. Ik heb dan ook een totaalpakket uitgewerkt om de kleuters op een professionele manier te begeleiden in hun taalontwikkeling. Daarom ging ik opzoek naar leuke activiteiten die men individueel of klassikaal kan doen. De activiteiten maken de kleuters gevoelig voor taal: ervaringen opdoen, nieuwe woorden leren kennen, spreken, luisteren, spelen met taal, omgaan met boeken en verhalen, …




Het is belangrijk om van in het begin kinderen de juiste woorden aan te leren. Iets aanleren is makkelijker dan iets afleren. Gebruik de juiste woorden en geen geluiden, synoniemen of gebaren. vb: hond en geen waf-waf. Gebruik klare duidelijke spreektaal.


Doelstelling van de activiteiten:
  • Leesbevordering: leesbeleving van kind gestimuleerd en geprikkeld. Kinderen ervaren boeken op een plezierige en spannende manier. Het stimuleert om kinderen meer te lezen of te kijken in boeken.
  • taalontwikkeling van het kind: de activiteiten bieden veel materiaal aan om op een speelse manier woordenschat, taalbegrip en taalgebruik van het kind te bevorderen.
Activiteiten:


Boekjes:  Overloop alle prenten met de kleuter(s).Laat de kleuter(s) de dingen verwoorden zoals ze op de prent staan. Als men het niet weet, geef het goede voorbeeld en benoem met de juiste naam.
zoek in het boek: Laat de kleuter(s) benoemen wat op de kaartjes staan en zoek samen met de kleuter(s) in de boekjes. Het zijn geen identieke prenten. Waar vindt men de afbeelding terug?  Het gaat erom dat de kleuter(s) de dingen herkennen en benoemen. vb. prent handschoenen-waar in de boekjes vind je handschoenen terug?




bordspel: Overloop en verwoord alle afbeeldingen voordat het spel begint. Zet de pionnen in het  vakje start. De jongste speler mag beginnen. Gooi met de kleurendobbelsteen en ga naar de eerst volgende kleur die gegooid is. Laat de kleuter(s) benoemen wat de afbeelding is. Nu mag de andere speler gooien. Wie het eerste aankomt  bij de beker is de winnaar. * Variatie: gooi met de ogendobbelsteen, het aantal dat gegooid is ga je verder.


luisterverhaal: Overloop alle luisterkaartjes. De juiste benaming vernoemen. Vertel het verhaal op een rustig tempo en geef de kleuter(s) de nodige tijd om het kaartje aan te duiden of in de lucht te steken. Bij alles wat vet gedrukt staat is een bijhorend kaartje. *variatie: Vertel zelf een verhaal met de nodige luisterkaartjes of speel samen met de kleuter(s). Fantasie en taal zijn onmisbaar bij dit gebeuren.



geluidenspel: Overloop de geluidskaartjes en benoem wat er opstaat. Op de cd staan geluiden van dieren. Het kleuter(s) luisteren naar de geluiden en men moet raden welk dier men hoort. de kleuter(s) steekt het kaartje in de lucht en benoemt welk dier het is. Op de controlekaarten kan men kijken of het juist is.



kleurenspel: Samen met de kleuter(s) de kaartjes benoemen. De kaartjes sorteren volgens kleur in het gekleurde zakje. Laat de kleuter(s) de kleuren benoemen en verwoorden wat hij/zij in het zakje stopt. *variatie De kleuter(s) de prenten laten sorteren volgens kleur, groenten of fruit. Gesprekje over de prent. Vind je dat lekker? Is het een groente of fruit? Wanneer eten wij dat? enz.




Ik hoop dat deze activiteiten andere aanzet om uit te proberen zodat de kleuters hun taalontwikkeling verder worden gestimuleerd en uitgedaagd.
Alles begint bij taal !!

Fijne motoriek oefeningen

Het is belangrijk dat de fijne motoriek zich goed ontwikkelt bij een kind. Met de fijne motoriek bedoelen ze vooral de fijne bewegingen met je handen en vingers, zoals knippen, veters strikken, je rits dichtdoen, rijgen, prikken,schrijven en tekenen. Als leerkracht is het niet altijd gemakkelijk om met elke kleuter aan de slag te gaan, te stimuleren en te begeleiden. Daarom heb ik dozen gemaakt om de fijne motoriek te oefenen.Gemakkelijk aan te bieden aan kleuters in de klas. Elke kleuter krijgt een doos en kan zelfstandig aan de slag.


loombandjes rond spijkers:pincetgreep

draai de moeren los en vast: differentiatie in lengte en grootte




knippen: op rechte lijn, kerstboom uitknippen, kerstballen uitknippen, knippen zonder lijn en opkleven

parels rijgen: aan slap touw of steviger touw: differentiatie

rietjes door de gaatjes steken:voorwerpen tussen 2 vingers



Levensbeschouwing

Dierendag 4 oktober:
Ik ben een heel grote dierenvriend en heb veel dieren. Paarden, pony's, duiven, hond, poes en misschien ergens enkele muizen ☺. Omdat ik zoveel van dieren houd, wou ik wel eens weten hoe men bij dierendag kwam en waarom 4 oktober. Toen kwam ik uit bij heilige Sint-Franciscus, hij is een van de belangrijkste heiligen uit de katholieke kerk. Omdat Franciscus een  grote dierenvriend was en hij overleden is op 4 oktober 1226, vieren we die dag dierendag.




Heilige Sint-Franciscus ervoer dieren en de natuur als een geschenk van God en schreef daarom het zonnelied. Dit lied en zijn verhaal sprak mij zo aan dat ik enkele lessen over hem wou geven. Het past perfect in het thema werelddierendag. Dieren en kinderen gaan goed samen. Toch wou ik enkel niet de dieren aan bod laten komen, maar wou ik dat de kleuters kennis maakten met Sint-Franciscus en de achtergrond van dierendag leerden kennen.




Ik begon met het levensverhaal van Franciscus en het aanleren van het zonnelied. Franciscus vriend van de mensen klassikale activiteit geëindigd met een gebed. Filosoferen over de zon en  de zonnegroet (yoga) was mijn volgende les. Dieren kleien aan de hand van het verhaal 'Franciscus een echte dierenvriend. Franciscus was dol op de natuur en daarom heb ik samen met de kleuters een natuuruitstap gedaan. Daar konden ze de geuren en kleuren waarnemen en zich inleven in het leven van Franciscus. Tijdens de natuurwandeling hebben we wat lavendel geplukt om nadien geurzakjes of badzakjes te maken. Dierendag werd een dierenweek met Franciscus als leidraad.




link naar de lesvoorbereidingen












prenten Franciscus
lesvoorbereidingen Franciscus dierenvriend
prenten Franciscus met uitleg
zonnegroet


We maken in onze hedendaagse samenleving kennis met een ruim aanbod aan zingeving. Het is als het ware een doolhof, waarin de mens op weg moet. Overal vind je wegwijzers,

alles en iedereen claimt waarheid, maar op zoek naar zin neem jij als mens de verantwoordelijkheid op voor jouw zin-zoek-proces.






Conflicthantering

Ik heb een online cursus gevolgd via de VDAB, namelijk conflicthantering.
Dit leek mij wel een cursus die van pas kon komen, zowel onderling tussen collega's als tussen leerlingen of privé. De cursus voldeet volledig aan mijn verwachtingen en ik wil enkele tips en nuttige informatie met jullie delen.

Soorten conflicten
  • Instrumentele conflicten: doelen, middelen,procedures en structuren= hoe iets aangepakt moet worden. Hier gaan geen gevoelens of belangen mee.
  • Belangen conflicten: verdeling van zaken zoals geld, tijd, energie en ruimte. Bij dit conflict denken beide parijen dat ze gelijk hebben.
  • Relationele conflicten: dit gaat over mensen ipv problemen. Gebrek aan loyaliteit, geschonden vertrouwen,verraden,vriendschap,tegengestelde karakters, respect. Deze conflicten kom je ook tegen bij groepsvorming. Degene die buiten de boot valt voelt zich verraden.
  • Machtsconflicten: dit is een permanente strijd om de macht, dit komt zowel thuis als op de werkvloer voor.
  • Emotionele conflicten: diepliggende factoren zoals je culturele en sociale achtergrond. Ze bepalen hoe je aankijkt tegen bepaalde situaties.
  • Interne conflicten: is kiezen, vb. van werk veranderen, relatie,  enz. Kiezen is een stukje verliezen en elke keuze heeft gevolgen.

Men doorloopt verschillende fases voordat het tot een conflict komt.
Laat het niet tot een uitbarsting komen en roep tijdig een halt toe. 
  • Latente fase of sluimerende fase: sommige gewoontes beginnen op te vallen. Je hebt het nog niet echt door maar het voelt ongemakkelijk.
  • Fase van ontkenning, bewustwording: je wordt je bewust van de irritatie en je kan dat gevoel benoemen. Je gaat het nog minimaliseren " om de lieve vrede" maar het begint je wel te storenHier moet je ingrijpen voor het uit de hand loopt. 
  • Emotionele fase, irritaties: bijna fysieke irritaties, het werkt op je systeem. Je kan je gevoelens nog net onderdrukken. Relativeren wordt moeilijk, emoties hopen zich op en die straal je uit.
  • Manifeste fase of uitbarsting: de emmer loopt over, het wordt je te veel en je laat emoties de vrije loop, je barst uit of je klapt dicht.
Vermijd conflicten door misverstanden
  • Communiceer helder, vb. Leg het nog eens uit, vraag of de ontvanger het verstaan heeft.
  • Onwetendheid kan leiden tot interpretatiefout
  • Onbegrip door gebrek aan inlevingsvermogen 
  • Luister actief, zo toon je respect
  • Verschuil je niet achter de groep vb. niet wij vinden dat, maar ik vind dat
  • Gedrag is fout niet de persoon. Vb. niet jij hebt le weer niet begrepen maar je hebt niet goed geluisterd
  • Leg niet al te gauw de schuld bij de ander
Gouden communiecatieregels
  1. Situeer het probleem
  2. Baseer je op feiten
  3. Doe geen veronderstellingen
  4. Controleer of de ander je heeft begrepen
  5. Speel openkaart zonder de ander te choqueren
  6. Gebruik verstaanbare taal
Komt het toch tot een conflict praat dan als een volwassene en niet als kind of als ouder. Gebruik ik- boodschappen, verwoord duidelijk hoe je jouw voelt, wat je anders zou willen en maak afspraken. 

Link naar de cursus
VDAB conflicthantering