Kindertekeningen lezen en begrijpen

 7 dingen, die je moet weten als je kindertekeningen wilt begrijpen

                                                Kindertekeningen digitaliseren | Ragascanservice.jouwweb.nl
1. Communicatiemiddel
In tekeningen geven kinderen uiting aan hun emoties, ervaringen en hun zelfbeeld. Het stelt ze in staat dingen te verwerken en een plek te geven. Te oefenen met nieuwe situaties. Kortom de beeldentaal van tekeningen stelt jou in staat een kind veel beter te begrijpen.

2. Hoe analyseer je een tekening?
Het analyseren van een tekening vraagt aandacht en respect. Het is niet iets wat je 'zomaar even' doet. Je hebt gedegen kennis nodig van verschillende onderdelen, die bij de analyse van toepassing zijn. Om een tekening op een respectvolle en gedegen manier te lezen & begrijpen.

5-stappenplan  Stappenplan KWAST 
*Stap 1 Ken jezelf Zoals een kind zichzelf laat zien in een tekening, neem jij ook jezelf mee bij het analyseren van een tekening. Daarom is het superbelangrijk dat je weet met wat voor bril je kijkt om te voorkomen dat je dingen van jezelf op het kind projecteert. 
*Stap 2 Wat zie je Bij 'wat zie je' gaat het over de basiskennis over de ontwikkelingsfasen, de do's & dont's van het lezen en begrijpen van een tekening. Pas wanneer je weet wat gebruikelijk is, zie je wat anders is. 
*Stap 3 Analyse Dit onderdeel omvat onderdelen zoals het lijngebruik, plaatsing op het blad, vormen, grootte, dynamiek, perspectief en dergelijke. Deze zijn vooral prettig voor mensen die cognitief zijn ingesteld en bieden een duidelijk houvast. 
*Stap 4 Symboliek In iedere tekening is veel symboliek te vinden. Bij dit onderdeel kijk je naar de symbolische waarde van figuren, dieren, cijfers, kleuren en voorwerpen. 
*Stap 5 Totaal In het totaal voeg je alle onderdelen samen met de eventuele kennis, die je hebt over een kind. Je komt zo tot een totale lezing.

3. Moet je altijd een tekening lezen? 
Nee, zeker niet. 
Kinderen tekenen in eerste plaats voor hun plezier en ontspanning. Niet iedere tekening hoeft uitgebreid geanalyseerd te worden. 
Wanneer je echter meer wilt weten van een kind, omdat je;
- je zorgen hebt over zijn gedrag 
- wilt weten hoe hij zichzelf en zijn omgeving ervaart 
- wilt weten wat hem bezighoudt 
- hem beter wilt leren kennen 
- wilt weten hoe hij zich voelt in de klas 
- meer wilt weten over zijn gezinssituatie en hoe hij deze ervaart dan zijn tekeningen een heel waardevol en bruikbaar hulpmiddel. Bijna alle kinderen tekenen en het kan overal. Dit is kennis waar je de rest van je leven plezier van hebt en de kinderen met wie jij bent ook!

4. Zin & onzin
ZIN: het lezen van een tekening bestaat altijd uit meerdere componenten. Je kunt niet van 1 ding uitgaan. 

ZIN: een tekening is een momentopname. Verzamel en lees tekeningen van 1 kind over een langere periode voor een zo compleet mogelijk beeld.
 
ONZIN: de kleur zwart in een tekening betekent dat een kind depressief is. Niet dus. Kleuren geven een indicatie van hoe het kind zich op dat moment voelt, dat kan ook opstandig, assertief zijn. Behoefte hebben aan autonomie. Zwart heeft meerdere betekenissen. Dat geldt overigens voor alle kleuren.

ONZIN: tekeningen van kinderen 0 tot 4 jaar geven geen informatie. Nee joh; deze tekeningen geven ons juist heel veel informatie over de ontwikkeling van een kind in meerdere opzichten. Belangrijk is dat je weet waar je naar kijkt. Dan herken je allerlei fasen, vormen, kleuren en symbolen. 

ZIN: kijk open naar een tekening en trek niet te snel conclusies. Houd goed in de gaten waar je zelf mee bezig bent en hoe jij je voelt. Een open mind is belangrijk!
 
ONZIN: alle kinderen vinden tekenen leuk. Nee, natuurlijk niet. Sommige kinderen spelen liever en vinden stil aan tafel zitten niet fijn. Dat kan betekenen dat er een probleem is met de fijne motoriek, maar dat hoeft zeker niet het geval te zijn. De persoonlijke voorkeur van een kind is hierbij belangrijk. De ontwikkeling van tekenen en spel vertoont veel overeenkomsten. Wanneer een kind geen van beiden doet, is het goed om dit in de gaten te houden

5. Kleuren 
Hoe kan het eigenlijk datje betekenis kunt geven aan een bepaalde kleur? 
Iedere kleur heeft zijn eigen specifieke trilling/frequentie. Hetzelfde geldt voor emoties. Bepaalde frequenties van kleuren en emoties 'matchen' met elkaar waardoor je betekenis aan een kleur kunt geven. De voorkeur, die een kind heeft voor kleuren zegt wat over de karaktereigenschappen en kracht van een kind. Heldere, krachtige kleuren bijvoorbeeld laten zien dat een kind levenslust en energie bezit.

6. Momentopname
Besef dat een tekening altijd een momentopname is van hoe het kind zich op dat moment voelt en wat het op dat moment ervaart. Raak dus niet meteen in paniek wanneer je in een tekening iets 'zorgelijks' ziet. Het hoeft niet meteen te betekenen dat het kind problemen heeft of zich ongelukkig voelt. 

Wanneer je over langere tijd, meerdere tekeningen van een kind bestudeert en bepaalde dingen steeds terug ziet komen, vraagt het jouw aandacht. Wat niet betekent dat je met 1 tekening niets kunt. Die ene tekening kan jou veel wijzer maken. Wees je bewust van een open mind. Trek niet meteen conclusies. Een tekening kun je als ingang voor een gesprek met een kind gebruiken. 
Daarbij zijn twee dingen heel belangrijk: 
- leg niet aan het kind uit wat hij getekend heeft. Daarmee zou je alle creatieve vrijheid wegvagen 
- stel OPEN vragen 

Vragen, die je kunt stellen of dingen die je kunt zeggen, zijn; 
- vertel eens; waar kijk ik naar? 
- ik vraag me af hoe die figuur zich voelt... 
- waar zou die naartoe gaan? 
- wat zou er gebeuren als dit een filmpje was?

7. Leeftijd
De ontwikkeling van kindertekeningen bestaat uit verschillende fasen. 
Wanneer je een tekening analyseert, is het van belang te kijken of de tekening leeftijdsadequaat is. Past de tekening bij een kind van deze leeftijd? Dit kan variëren; het ene kind van drie tekent gedetailleerder dan het andere. 

Het kan zijn dat je opvallende dingen tegenkomt. Zoals een kind dat negen is en een krastekening maakt. Of een kind dat al complete mensfiguren kan tekenen, maar nu opeens koppoters maakt. Een terugval in de ontwikkeling zie je vaak na een emotioneel indrukwekkende gebeurtenis zoals een verhuizing of de komst van een babybroertje. 

Het kind valt dan terug op de fase waarin het zich nog veilig en vertrouwd voelde om van daaruit weer op te bouwen. Dit kan een paar weken duren. Soms komt een kind er niet zelf uit dan is het fijn als er hulp komt. 

Wanneer een kind standaard gedetailleerder tekent dan zijn leeftijdsgenoten of juist minder, dan zegt dit iets over zijn ontwikkelingsniveau. 
Loopt het kind voor of juist achter en wat betekent dit voor zijn sociale ontwikkeling? 
Heeft hij voldoende aansluiting bij leeftijdsgenoten?
Krijgt hij genoeg uitdaging? 
Wordt een kind overvraagd? 
Belangrijke dingen waar jij rekening mee kunt houden naar aanleiding van een tekening. 

Therapeutisch tekenen
Ik kom bij u thuis deze workshop geven.
Vanaf 4 personen.
Jij als gastvrouw hoeft niet te betalen.

Therapeutisch tekenen, ook wel tekentherapie genoemd, is een vorm van creatieve therapie waarbij je via tekeningen en beelden je innerlijke wereld verkent om onbewuste gedachten en gevoelens te uiten die moeilijk in woorden te vangen zijn, wat leidt tot meer zelfinzicht, het oplossen van problemen en emotionele verwerking. Het werkt omdat beelden afstand scheppen, overzicht geven en helpen bij het verbeelden van doelen of het helder krijgen van complexe situaties, zowel bij kinderen als volwassenen. 




Hoogsensitief

Wat is hoogsensitiviteit? 

Om te beginnen ga ik je vertellen wat ‘ hoogsensitief ’ inhoudt. 
Dit wordt vaak afgekort tot HSP. We spreken over hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid als iemand meer dan gemiddeld gevoelig is voor allerlei prikkels en signalen uit de omgeving. De ene hoogsensitieve persoon kan meer of minder hoogsensitief zijn dan de ander. Sterke gevoeligheid Bij iemand die hoogsensitief is, zijn de zintuigen relatief sterk gevoelig voor allerlei prikkels. Hoogsensitiviteit is absoluut geen stoornis, maar een karaktereigenschap. Een hoogsensitief persoon ervaart prikkels intenser dan anderen. Alles wat er binnenkomt, moet je ook verwerken. Dit kan erg vermoeiend zijn. Dit kan dan ook invloed hebben op de emotionele gemoedstoestand. Hoogsensitieve personen maken dus eerder kans om overprikkeld te raken en hebben daardoor vaak de behoefte zich terug te trekken om zich ‘op te laden’

Kenmerken van hoogsensitieve personen 

 ■ Creativiteit 

■ Inlevingsvermogen 

■ Diepzinnigheid 

■ Gewetensvol zijn 

■ Een filosofische instelling en veel interessegebieden hebben 

■ Goed ontwikkeld voorstellingsvermogen en een sterke fantasie

Ben jij of je kind een hoogsensitief persoon? 

Komt de beschrijving van hooggevoeligheid jou bekend voor en wil je weten of je daadwerkelijk een HSP bent? Officieel mag dit alleen vastgesteld worden door een psycholoog of psychiater. Je kunt wel een test doen waaruit blijkt of jij mogelijk een HSP bent of niet. Elaine Aron, de grondlegster van het begrip HSP, heeft zo’n test opgesteld. Test

Problemen van hoogsensitieve kinderen 

  • De problemen waar hoogsensitieve kinderen vooral tegenaan lopen, 
  • zijn gebrek aan ondersteuning van hun omgeving en overgevoeligheid voor voeding, 
  • vaccinatie, 
  • medicatie, 
  • geluiden,
  • licht en fysieke aanraking. 
  • Zij hebben soms gebrek aan zelfvertrouwen en hechten aan veiligheid. 
  • Teruggetrokkenheid en druk gedrag wisselen elkaar af.

Veel voorkomende misvattingen 

Mensen kunnen vooroordelen kunnen hebben over hoogsensitiviteit. Je kunt hierdoor vaak het gevoel hebben niet begrepen te worden. Als jij er behoefte aan hebt, kun je het hen uitleggen. Maar voel je vooral niet verplicht om je te verantwoorden. En onthoud dat personen die alleen maar energie kosten (door bijvoorbeeld negatief of onbegripvol te zijn) en je geen energie geven, misschien niet de juiste personen zijn om om je heen te hebben. Zolang jij jezelf kunt zijn en je daar prettig bij voelt, is het goed. 

Overprikkeling 

Te lang of te veel prikkels moeten verwerken kan ervoor zorgen dat je overprikkeld raakt. Om dit te voorkomen kun je zorgen dat je iedere dag tenminste 10 – 30 minuten tijd voor jezelf neemt.

Emotionele overprikkeling 

Als hoogsensitief persoon word je vaak sneller geraakt door emotionele situaties. Denk aan een mooie film, een liedje of het meeleven met de buurman die net zijn arm heeft gebroken. Bewaak ook hier je grenzen. Je mag mee leven met de dingen om je heen maar als je bijvoorbeeld merkt dat je altijd verdrietig of boos bent na het kijken van het nieuws, is het misschien voor jou een keus om alleen een samenvatting van het nieuws aan een vriend te vragen of het misschien wel even helemaal los te laten. 

Assertiviteit 

Als hoogsensitief persoon is rust nemen heel belangrijk. Het is voor jou net zo belangrijk als eten en slapen. Jij kunt van jezelf wellicht goed inschatten wanneer het jou te veel wordt. Anderen vinden dit misschien minder gemakkelijk. Je grens aangeven ontzettend belangrijk.Veel mensen vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen. Ze zijn dan bang dat iemand boos of teleurgesteld zal raken. Heb je het daar moeilijk mee, is een assertiviteitscursus misschien wel een goed idee.

Beter concentreren en leren 

Sommige hoogsensitieve personen hebben weleens moeite om zich te kunnen concentreren. Dit kan komen door de neiging om overal diepzinnig over na te denken, waardoor je efficiëntie niet altijd optimaal is. Of omdat er te veel prikkels om je heen zijn. 

Basisschoolkinderen hebben vaak veel te verwerken in de klas. Kinderen die rondlopen, iedereen die door elkaar praat, veel dingen te zien in het klaslokaal en daarnaast moeten ze nog opletten wat de leraar zegt. Soms wordt het te veel en gaat de concentratie achteruit. Het kind zou dit misschien niet zo snel durven aangeven. 

Wat je als leraar zou kunnen doen 
Je kan werken met kleuren. Je kunt bijvoorbeeld een soort stoplicht maken, waarbij rood staat voor ‘Ik heb moeite met concentreren’, oranje voor ‘Ik wil graag extra hulp’, en groen voor ‘Het gaat goed’. Je kunt bijvoorbeeld de afspraak maken dat het kind bij de kleur rood 5 minuten pauze mag nemen als dat nodig is, en bij oranje extra hulp krijgt. 

Meer informatie over HSP ?

HSP VLAANDEREN


bewegingsverhaal 4 jarige

klein duimpje


4 jarige:

Doel: Plezier beleven aan het gesproken verhaal , durven uitbeelden en fantasie bewegingen maken. Huppelen, springen, voor en achterwaarts bewegen.

Tijd: 15 min.

 

Benodigdheden:

·        Verhaal

·        Pc voor afspelen liedje

 

Organisatie:

·        Dit kan men overal doen, buiten op het gras, binnen , …

·        Wel leuk als de persoon die het verhaal voorleest meedoet met de bewegingen.

 

Opdracht:


Tips:

·       Leuk om andere verhalen te vertellen en de kleuters zelf dingen verzinnen/uitbeelden van het verhaal.

·       Laat de kleuter zelf een verhaal verzinnen en de beweging van zijn verhaal uitbeelden.

·       De filmpjes van klein duimpje opzetten, zodat de kleuter het verhaal op deze manier kan uitbeelden en bekijken.

·       De kleuter laten uitbeelden en jij raden wat het is, of jij uitbeelden en kleuter laten raden.





bewegingsverhaal jongste kleuters

het lelijke eendje

 

 Jongste kleuters:

 

Doel:  plezier beleven aan uitbeelden en fantaseren. Vlotte bewegingen maken die in het verhaal voorkomen en het verhaal begrijpen.

Tijd: 15 min.

 

Benodigdheden:

·        Verhaal

·        Hoepel of kussen

·        Pc voor afspelen liedje

 

 

Organisatie:

Dit kan men overal doen, buiten op het gras, binnen , …

Wel leuk als de persoon die het verhaal voorleest meedoet met de bewegingen.

Afsluiting:

Zet het liedje op van waggelende eendjes en de kinderen waggelen door het huis (stappen als een eend) Leuk om met mama/papa/broer/zus waggelend door het huis te gaan.

Dierenlied: door het huis bewegen als de dieren die in het liedje voorkomen.

Tips:

·       Leuk om andere verhalen te vertellen en de kleuters zelf dingen verzinnen/uitbeelden van het verhaal.

·       Laat de kleuter zelf een verhaal verzinnen en de beweging van zijn verhaal uitbeelden.

·       De filmpjes van het lelijke eendje opzetten, zodat de kleuter het verhaal op deze manier kan uitbeelden en bekijken.

·       De kleuter laten uitbeelden en jij raden wat het is, of jij uitbeelden en kleuter laten raden.










Raadselspel en waar ben je spel: Focus Nederlands spreken

Raadselspel:

Leeftijd: 5 jarige kleuters

Doel: De kleuters spreken duidelijk en goed verstaanbaar. Ze beelden dingen uit met veel bij bewegingen, mimiek en uitdrukkingen. Speels en met veel fantasie handelingen en bewegingen nadoen.

Benodigdheden:

*eventueel foto’s of prenten van dieren, mensen, fantasie figuren.

Organisatie:

Een ruimte waar men vrij kan bewegen.

 

Opdracht:

De persoon beeldt iets uit. De kleuter raadt over welk dier, mens, figuur ,… het gaat. Men kan dit eventueel door vragen te stellen. Uitbeelder mag enkel  met ja /nee antwoorden.

Als de kleuter moeite heeft met iets te verzinnen, neemt hij eerst een prentje (dat je samen gezocht hebt in boekjes). Dan kan de kleuter de prent  bekijken en beeld het dan uit. De andere persoon moet raden wat het is dat de kleuter uitbeeld.

Differentiatie:

Vragen stellen om na te gaan over wat het gaat. Uitbeelder mag enkel antwoorden met ja /nee.

·        ‘ Is het een dier?, Is het groot?, Is het klein?’.

·        Is het geraden dan wisselen.

·        Zoek prenten  van superhelden/fantasiefiguren/tv figuren  en laat de kleuter die uitbeelden

 

Waar ben je spel:

Blinddoek Foto's, Afbeeldingen En Stock Fotografie - 123RF

Leeftijd: 5 jarige kleuters

Doel: Goed luisteren om de andere te  zoeken, plezier beleven aan geblinddoekt zijn en durven rondstappen zonder iets te zien.

Benodigdheden:

*blinddoek 2 stuks

Organisatie:

Een ruimte waar men vrij kan bewegen zonder obstakels waarover men kan vallen.

 

Opdracht:
 Zorg dat er genoeg plaats is.
 Eerste persoon wordt geblinddoekt. Kleuter stapt rond.
Persoon vraagt ‘Waar ben je?’ De andere kleuter zegt ‘hier’. De persoon zoekt de kleuter.

·        Nadien zet de kleuter de blinddoek op en zoekt mama/papa/boer of zus.

·        Beide personen zijn geblinddoekt en zoeken elkaar.

 

Differentiatie:

·        Het wordt moeilijker wanneer de kleuter zich telkens verwijdert van de persoon.

·        Als de persoon de kleuter (of omgekeerd) niet kan vinden, kan de kleuter helpen door instructies te geven ( ga rechtdoor, ga opzij,…)

 

·        De persoon zonder blinddoek heeft een opgerolde krant en tikt de persoon met blinddoek op hoofd. Door getikt te worden kan de persoon te weten komen waar de persoon is en in welke richting de andere zich bevindt.

 

·        De geblinddoekte persoon vraagt hulp als men haar/hem niet kan vinden. De persoon zonder blinddoek geeft instructies, (rechtdoor, verder , draaien enz.)

 

 

 

 


bewegingsbingo


Kleuters: 4/ 5 jarige


Doel:  verschillende bewegingen nabootsen zonder veel bijbewegingen en dit  aan de hand van een prent. Rollen van buik naar rugligging.

Dansjes meedoen, bewegingen volhouden, beginnende koprol proberen. 

 

Tijd:  rijtje per dag of hele kaart in 1 keer

 

Benodigdheden:

Ø  Bingo kaart

Ø  Potlood of stift

Ø  Bal

Ø  Fiets

Ø  Emmer

Ø  Touw

Ø  Krant

Ø  Computer voor de liedjes


Organisatie:

Verder vind je de bingo kaart in het groot.

 

Linken hieronder zijn de liedjes en de bewegingsbingo

Pinguindans

hoofd,schouder, knie en teen   

superman lied

bewegingsbingo

Opdracht:

·        De kinderen mogen zelf kiezen of ze bingo maken per rijtje, of 2 rijtjes eventueel volle kaart.

·        De kinderen mogen ook de opdrachten spreiden, per dag paar oefeningen of in 1 keer enz.

·        Sommige dingen zijn voor de jongste kleuters nog te moeilijk (touwspringen, verspringen) laat ze ermee experimenteren. Als de kleuters met touw ronddraaien enz. is de opdracht geslaagd.

·        Oefeningen voor jongste kleuters vereenvoudigen. Niet zoveel keer bal gooien, springen enz. laat ze vrij experimenteren met touwspringen en verspringen.

 

   

*differentiatie:

v  Wedstrijdje met broer/zus/… wie heeft om ter snelste zijn kaart of rijtje gedaan

v  Samen met broer/zus/… de oefeningen doen

v  Elke dag een rijtje oefeningen

v  Oefeningen timen

 

 

Tips:

Als je gaat wandelen of fietsen

Ø  Oefeningen onderweg doen als je gaat wandelen

Ø  Bindt een touw aan een boom en laat de kleuter met het touw draaien

Ø  Fietsen op de straat, tuin, enz.

Spelen

Ø  Laat de kleuter zelf oefeningen bedenken

Ø  Laat de kleuter zelf een eigen bingo kaart maken

Ø  Minidisco liedjes opzetten om mee te dansen

 

 

Leuk !!!

Als de kinderen een volle bewegingskaart hebben krijgen ze een bewegingsdiploma.


 



Blotevoetenpad



                                                Bewegingsles focus op de zintuiglijke ontwikkeling


kleuters: 

Doel:  Voelomloop met de voeten, Ontwikkelen van voorkeurshelft bij diverse sensorische (voet)prikkels. Voeten afwisselend en simultaan bewegen en steunen. Reageren op sensorische prikkels daarbij het evenwicht bewaren op minder stabiele steunpunten. De kleuters verwoorden spontaan tijdens de omloop wat ze voelen.

Tijd: 15 min.

Benodigdheden:
·       (eventueel) bakken of dozen om het materiaal in te doen, men kan de materialen ook zo op de grond leggen.
·       Hoepels
·       Piepschuim
·       Stof
·       Zand
·       Waterbak 3 verschillende koud/lauw / warm
·       Dopjes van flesjes
·       Kussen
·       Schapenvacht/ wol
·       Gras
·       Stokjes
·       Blaadjes
·       Steentjes
·       Kurkenstoppen
·       Papiersnippers / kranten
·       Knikkers
·       Enz.

Men kan allerlei materiaal gebruiken dit zijn maar voorbeeldjes. Zoveel mogelijk verschillende materialen met verschillende structuren/hardheid/ soepelheid enz….


Organisatie:
Zoek samen met de kleuter de voorwerpen: laat de kleuter zelf nadenken.




Opdracht:
1.      De kleuters doen zelf schoenen en sokken uit
2.      De kleuters stappen volgens een parcours, op elk materiaal of in elke doos. Met 2 voeten tegelijk er even laten opstaan.
3.      De kleuters stappen nog een keer het parcours maar nu zetten ze 1 voet op het materiaal en andere ernaast.
4.      De kleuters stappen het parcours en zetten andere voet op het materiaal en andere ernaast.
5.      De kleuters stappen het parcours/ blijven staan op elk materiaal: Vraag hoe het materiaal voelt? Koud/warm/hard/zacht/wollig/ kriebelend
6.      De kleuters gaan staan op het materiaal dat ze het leukste vinden. Waarom vind je dat leuk? Hoe voelt dat? Is het warm/koud. Hard of zacht?
7.      De kleuters gaan staan op het materiaal dat ze het minste leuk vinden. Waarom vind je dat niet leuk? Hoe voelt dat? …
8.      De kleuters bewegen zich nu als een poes, hoge rug handen en voeten op de grond. De kleuters voelen nu eerst met de handen het materiaal en daarna met de voeten. Voelt het anders met uw handen? Wat vind je het leukste met handen of voeten? …
9.      De kleuters stappen achterwaarts het parcours.
10.   De kleuters lopen het parcours.
11.   De kleuters lopen het parcours en springen met 2 voeten tegelijk op het materiaal.
12.   De kleuters staan met 1 voet op het materiaal (evenwicht houden).
13.   De kleuters staan met andere voet op het materiaal (evenwicht houden).


Afsluiting:
14.   Tenengymnastiek: tel samen met de kleuters de tenen van elke voet/de twee voeten groeten elkaar en geven een kusje/voeten warm wiebelen/trappelen.
15.   Laat de kleuters zelf schoenen en sokken proberen aan en uit toe doen.



*differenttie:
* De kleuters springen op het materiaal.
* 1 voet op 1 materiaal en andere voet op ander materiaal (onstabiel)
* wedstrijd (timen) wie loopt het parcours het snelste.
* wedstrijd (timen) wie kan het langste op 1 been blijven staan op het materiaal
* wedstrijd (timen) wie kan het langste op het pijnlijkste materiaal blijven staan

* Linkerhand en linker voet op materiaal
* rechterhand en rechtervoet op materiaal
* linkerhand en  rechtervoet op materiaal
* rechterhand en linkervoet op materiaal
* de kleuters springen en draaien 180 graden rond
*de kleuters springen en draaien 360 graden rond



Zintuigelijke oefeningen kunnen ook geoefend worden tijdens dagdagelijkse dingen of gebeurtenissen. Hieronder enkele tips.

Tips:
Als je gaat wandelen of in eigen tuin
ü  Leuk om in het bos te gaan wandelen op blote voeten
ü  Door plassen/modder stappen met blote voeten
ü  Met modder spelen of andere materialen in de tuin
ü  Helpen in de tuin op blote voeten is super leuk

Spelen
ü  Kleuter zoekt dingen in de natuur en maakt zelf een blotevoeten pad
ü  De kleuter zoekt dingen in de natuur die zacht zijn/ hard/koud/ warm/ kriebelen enz…
ü  Blootvoets buiten spelen 

Zelf een twisterspel laten maken met de materialen.
Materialen in vierkrant of rechthoek laten zetten. De ouder of broer zus geeft opdrachten.
Linker voet op takjes, rechtervoet op gras enz.




blotevoetenpad thuisspeelkriebels