7 dingen, die je moet weten als je kindertekeningen wilt begrijpen

Welkom op mijn website! Ik ben Debby Aerts, sinds 2010 werk ik met kinderen. Eerst als kinderverzorgster en sinds 2012 als leerkracht in het basisonderwijs. Eerst als kleuterjuf maar sinds enkele jaren ben ik leerkracht lager onderwijs. In 2012 richtte ik deze website op om al mijn ideeën met collega’s te kunnen delen.

■ Creativiteit
■ Inlevingsvermogen
■ Diepzinnigheid
■ Gewetensvol zijn
■ Een filosofische instelling en veel interessegebieden hebben
■ Goed ontwikkeld voorstellingsvermogen en een sterke fantasie
Ben jij of je kind een hoogsensitief persoon?
Komt de beschrijving van hooggevoeligheid jou bekend voor en wil je weten of je daadwerkelijk een HSP bent? Officieel mag dit alleen vastgesteld worden door een psycholoog of psychiater. Je kunt wel een test doen waaruit blijkt of jij mogelijk een HSP bent of niet. Elaine Aron, de grondlegster van het begrip HSP, heeft zo’n test opgesteld. Test
Mensen kunnen vooroordelen kunnen hebben over hoogsensitiviteit. Je kunt hierdoor vaak het gevoel hebben niet begrepen te worden. Als jij er behoefte aan hebt, kun je het hen uitleggen. Maar voel je vooral niet verplicht om je te verantwoorden. En onthoud dat personen die alleen maar energie kosten (door bijvoorbeeld negatief of onbegripvol te zijn) en je geen energie geven, misschien niet de juiste personen zijn om om je heen te hebben. Zolang jij jezelf kunt zijn en je daar prettig bij voelt, is het goed.
Te lang of te veel prikkels moeten verwerken kan ervoor zorgen dat je overprikkeld raakt. Om dit te voorkomen kun je zorgen dat je iedere dag tenminste 10 – 30 minuten tijd voor jezelf neemt.
Als hoogsensitief persoon word je vaak sneller geraakt door emotionele situaties. Denk aan een mooie film, een liedje of het meeleven met de buurman die net zijn arm heeft gebroken. Bewaak ook hier je grenzen. Je mag mee leven met de dingen om je heen maar als je bijvoorbeeld merkt dat je altijd verdrietig of boos bent na het kijken van het nieuws, is het misschien voor jou een keus om alleen een samenvatting van het nieuws aan een vriend te vragen of het misschien wel even helemaal los te laten.
Als hoogsensitief persoon is rust nemen heel belangrijk. Het is voor jou net zo belangrijk als eten en slapen. Jij kunt van jezelf wellicht goed inschatten wanneer het jou te veel wordt. Anderen vinden dit misschien minder gemakkelijk. Je grens aangeven ontzettend belangrijk.Veel mensen vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen. Ze zijn dan bang dat iemand boos of teleurgesteld zal raken. Heb je het daar moeilijk mee, is een assertiviteitscursus misschien wel een goed idee.
Sommige hoogsensitieve personen hebben weleens moeite om zich te kunnen concentreren. Dit kan komen door de neiging om overal diepzinnig over na te denken, waardoor je efficiëntie niet altijd optimaal is. Of omdat er te veel prikkels om je heen zijn.
Basisschoolkinderen hebben vaak veel te verwerken in de klas. Kinderen die rondlopen, iedereen die door elkaar praat, veel dingen te zien in het klaslokaal en daarnaast moeten ze nog opletten wat de leraar zegt. Soms wordt het te veel en gaat de concentratie achteruit. Het kind zou dit misschien niet zo snel durven aangeven.
Wat je als
leraar zou kunnen doen
Je kan werken met kleuren. Je kunt bijvoorbeeld
een soort stoplicht maken, waarbij rood staat voor ‘Ik heb moeite met
concentreren’, oranje voor ‘Ik wil graag extra hulp’, en groen voor ‘Het
gaat goed’. Je kunt bijvoorbeeld de afspraak maken dat het kind bij de
kleur rood 5 minuten pauze mag nemen als dat nodig is, en bij oranje
extra hulp krijgt.
Meer informatie over HSP ?
klein duimpje
4
jarige:
Doel: Plezier beleven aan het gesproken
verhaal , durven uitbeelden en fantasie bewegingen maken. Huppelen, springen,
voor en achterwaarts bewegen.
Tijd: 15 min.
Benodigdheden:
·
Verhaal
·
Pc voor afspelen
liedje
Organisatie:
·
Dit kan men overal doen, buiten op het gras,
binnen , …
·
Wel leuk als de persoon die het verhaal
voorleest meedoet met de bewegingen.
Opdracht:
Tips:
·
Leuk om andere
verhalen te vertellen en de kleuters zelf dingen verzinnen/uitbeelden van het
verhaal.
·
Laat de kleuter
zelf een verhaal verzinnen en de beweging van zijn verhaal uitbeelden.
·
De filmpjes van
klein duimpje opzetten, zodat de kleuter het verhaal op deze manier kan
uitbeelden en bekijken.
·
De kleuter laten
uitbeelden en jij raden wat het is, of jij uitbeelden en kleuter laten raden.
het lelijke eendje
Jongste kleuters:
Doel: plezier beleven aan uitbeelden en fantaseren. Vlotte
bewegingen maken die in het verhaal voorkomen en het verhaal begrijpen.
Tijd: 15 min.
Benodigdheden:
·
Verhaal
·
Hoepel of kussen
·
Pc voor afspelen
liedje
Organisatie:
Dit kan men overal doen, buiten op het gras, binnen , …
Wel leuk als de persoon die het verhaal voorleest meedoet
met de bewegingen.
Afsluiting:
Zet het liedje op van
waggelende eendjes en de kinderen waggelen door het huis (stappen als een eend)
Leuk om met mama/papa/broer/zus waggelend door het huis te gaan.
Dierenlied: door het huis
bewegen als de dieren die in het liedje voorkomen.
Tips:
·
Leuk om andere
verhalen te vertellen en de kleuters zelf dingen verzinnen/uitbeelden van het
verhaal.
·
Laat de kleuter
zelf een verhaal verzinnen en de beweging van zijn verhaal uitbeelden.
·
De filmpjes van
het lelijke eendje opzetten, zodat de kleuter het verhaal op deze manier kan
uitbeelden en bekijken.
·
De kleuter laten
uitbeelden en jij raden wat het is, of jij uitbeelden en kleuter laten raden.
Raadselspel:

Leeftijd:
5 jarige kleuters
Doel: De
kleuters spreken duidelijk en goed verstaanbaar. Ze beelden dingen uit met veel
bij bewegingen, mimiek en uitdrukkingen. Speels en met veel fantasie
handelingen en bewegingen nadoen.
Benodigdheden:
*eventueel foto’s of prenten van dieren, mensen, fantasie
figuren.
Organisatie:
Een ruimte waar men vrij kan bewegen.
Opdracht:
De persoon beeldt iets uit. De kleuter raadt over welk dier,
mens, figuur ,… het gaat. Men kan dit eventueel door vragen te stellen.
Uitbeelder mag enkel met ja /nee
antwoorden.
Als de kleuter moeite heeft met iets te verzinnen, neemt hij
eerst een prentje (dat je samen gezocht hebt in boekjes). Dan kan de kleuter de
prent bekijken en beeld het dan uit. De
andere persoon moet raden wat het is dat de kleuter uitbeeld.
Differentiatie:
Vragen stellen om na te gaan over wat het gaat. Uitbeelder
mag enkel antwoorden met ja /nee.
·
‘ Is het een dier?, Is het groot?, Is het
klein?’.
·
Is het geraden dan wisselen.
· Zoek prenten van superhelden/fantasiefiguren/tv figuren en laat de kleuter die uitbeelden
Waar ben je spel:

Leeftijd:
5 jarige
kleuters
Doel: Goed
luisteren om de andere te zoeken,
plezier beleven aan geblinddoekt zijn en durven rondstappen zonder iets te
zien.
Benodigdheden:
*blinddoek 2 stuks
Organisatie:
Een ruimte waar men vrij kan bewegen zonder obstakels
waarover men kan vallen.
Opdracht:
Zorg dat er genoeg plaats
is.
Eerste persoon wordt geblinddoekt.
Kleuter stapt rond.
Persoon vraagt ‘Waar ben je?’ De andere kleuter zegt ‘hier’. De persoon zoekt de
kleuter.
·
Nadien zet de kleuter de blinddoek op en zoekt
mama/papa/boer of zus.
·
Beide personen zijn geblinddoekt en zoeken
elkaar.
Differentiatie:
·
Het wordt moeilijker wanneer de kleuter zich
telkens verwijdert van de persoon.
·
Als de persoon de kleuter (of omgekeerd) niet
kan vinden, kan de kleuter helpen door instructies te geven ( ga rechtdoor, ga
opzij,…)
·
De persoon zonder blinddoek heeft een opgerolde
krant en tikt de persoon met blinddoek op hoofd. Door getikt te worden kan de
persoon te weten komen waar de persoon is en in welke richting de andere zich
bevindt.
·
De geblinddoekte persoon vraagt hulp als men
haar/hem niet kan vinden. De persoon zonder blinddoek geeft instructies, (rechtdoor,
verder , draaien enz.)
Kleuters:
4/ 5 jarige
Doel: verschillende bewegingen nabootsen zonder veel bijbewegingen
en dit aan de hand van een prent. Rollen
van buik naar rugligging.
Dansjes meedoen, bewegingen volhouden, beginnende koprol proberen.
Tijd: rijtje per dag of hele kaart in 1 keer
Benodigdheden:
Ø
Bingo
kaart
Ø
Potlood
of stift
Ø
Bal
Ø
Fiets
Ø
Emmer
Ø
Touw
Ø
Krant
Ø
Computer
voor de liedjes
Organisatie:
Verder vind je de bingo kaart in het groot.
Opdracht:
·
De kinderen mogen zelf kiezen of ze bingo maken
per rijtje, of 2 rijtjes eventueel volle kaart.
· De kinderen mogen ook de opdrachten spreiden, per dag paar oefeningen of in 1 keer enz.
·
Sommige dingen zijn voor de jongste kleuters nog
te moeilijk (touwspringen, verspringen) laat ze ermee experimenteren. Als de
kleuters met touw ronddraaien enz. is de opdracht geslaagd.
·
Oefeningen voor jongste kleuters
vereenvoudigen. Niet zoveel keer bal gooien, springen enz. laat ze vrij
experimenteren met touwspringen en verspringen.
*differentiatie:
v Wedstrijdje
met broer/zus/… wie heeft om ter snelste zijn kaart of rijtje gedaan
v Samen
met broer/zus/… de oefeningen doen
v Elke
dag een rijtje oefeningen
v Oefeningen
timen
Tips:
Als je gaat wandelen of fietsen
Ø Oefeningen
onderweg doen als je gaat wandelen
Ø Bindt
een touw aan een boom en laat de kleuter met het touw draaien
Ø Fietsen
op de straat, tuin, enz.
Spelen
Ø Laat
de kleuter zelf oefeningen bedenken
Ø Laat
de kleuter zelf een eigen bingo kaart maken
Ø Minidisco
liedjes opzetten om mee te dansen
Leuk !!!
Als de kinderen een volle bewegingskaart hebben krijgen ze een bewegingsdiploma.
