alles loopt op wieltjes


Bewegingsles: alles loopt op wieltjes

kleuters: 3/4 jarige

Doel: Parcours afleggen met dingen die rijden of rollen, dit aan de hand van verschillende bewegingstechnieken. De vaardigheden trekken, duwen, rollen en rijden worden hiermee geoefend.
Op een speelse manier versnellen, vertragen of stoppen dit op een  deels stabiele en deels onstabiele ondergrond.

Tijd: 15 min.

Benodigdheden:
·        Fiets
·        Step
·        Skateboard/ plank met wieltjes
·        Kruiwagen/bolderkar
·        Kinderbuggy/ poppenbuggy
·        Grote speelgoedvrachtwagen met koord aan
·        Fietsbanden/hoelahoep
·        Plank met touw aan/ iets dat men kan rollen en trekken
·        Kartonnen rolletjes / ton/emmer
·        Groot deken / iets dan men kan trekken
·        Iets dat rolt maar waar je moeilijk kan opzitten/grote bal/hoepel/band/ton
Dit zijn maar voorbeeldjes: alles wat rolt/bolt , fietst en beweegt kan gebruikt worden.

Organisatie:
Zoek samen met de kleuter de voorwerpen: laat de kleuter zelf nadenken.
Bespreek samen met de kleuter het parcours. Vb. van hier tot aan de bomen, haag, enz. Je kan ook een voorwerp leggen tot waar de kleuter zich moet bewegen. Kleuter beweegt zich tot aan het voorwerp / eindpunt en keert terug. Deze oefeningen best op een stabiele en  onstabiele ondergrond. Vb deel op klinker en deel op gras. Zigzag parcours en parcours met hindernissen.




          





Opdracht:

1.      De kleuter kiest een voorwerp en fietst ermee tot aan het voorwerp/eindpunt en keert terug. Leuk om een brug/ remp te maken waarover ze moeten fietsen.
2.      De kleuter kiest een voorwerp en rolt ermee tot aan het voorwerp of eindpunt en keert terug.
3.      De kleuter kiest een voorwerp dat rolt en stapt ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
4.      De kleuter zet één hand  of één voet op een step/plank/rol/ton en ga ermee tot aan eindpunt en keert terug.
A)     De kleuter zet één hand of één voet ernaast en ga ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
B)     De kleuter zet één hand of één voet ernaast en beweegt zich verder ‘STOP’ zeggen, kleuter moet stoppen en dan weer verder gaan.
5.      De kleuter kiest een voorwerp dat kan rijden en duwen. De kleuter neemt vb. buggy/kruiwagen/strandkar,… en  duwt ermee tot aan het eindpunt en keert terug.
A)  De kleuter neemt een ander voorwerp en rijd en duwt er achterwaarts mee en komt vooruit terug.
6.      De kleuter kiest een voorwerp dat hij/zij kan voorttrekken. Ook leuk broer/zus/beer ,.. op een deken of grote handdoek. De kleuter kan dit dan voorttrekken tot aan het eindpunt en keert terug.
A)     Geef opdracht om te stoppen/versnellen/vertragen/ achterwaarts/voorwaarts
7.      De kleuter kiest een voorwerp dat rolt maar waar je moeilijk kan opzitten. De kleuter beweegt zich tot aan het eindpunt en keert terug.
8.      Rollen en trekken, duwen  (touw aan voorwerp) met de hand en de voet en één voet ernaast zigzag parcours ‘stop signaal’
9.      Rijden snel vertrekken , vertragen zigzag parcours
10.   Skateboard of plank met wielen: duwen met de handen/en of voeten/vooruit/achteruit



*differentiatie:
* Samen wedstrijdje doen met broer/zus/mama/papa om ter snelste. (timen)
* Estafette: 2 parcours om samen met iemand anders te doen.
* Kleuter opdracht geven om te stoppen/achteruit te gaan/ sneller/trager enz.
* Moeilijke ondergrond: op gras/steentjes/mals zand
* brug/remp maken van vb houten plank met ton eronder.
* obstakels op zigzag parcours: vb. voorwerpen die men moet vermijden, waar men niet mag tegen botsen.

Grof motorische oefeningen kunnen ook geoefend worden tijdens dagdagelijkse dingen of gebeurtenissen. Hieronder enkele tips.

Tips:
Als je gaat fietsen of wandelen
ü  Fietsen op moeilijke ondergrond
ü  Fietsen bij stop signaal kleuter stoppen
ü  Wandelen/ lopen tussen de bomen (zigzag) /achteruit/ op één been, enz…
ü  Dingen in natuur zoeken die men kan rollen, duwen, trekken(zware dingen),

In de tuin werken:
ü  Laat uw kleuter met de kruiwagen rijden
ü  Harken, wieden in de tuin
ü  Planten water geven, gieter dragen

Spelen in tuin:
ü  Kleuter zoekt dingen in en rond het huis die kunnen rollen, trekken, duwen
ü  Kan men die dingen voortduwen?
ü  Kan men met die dingen rollen?
ü  Kan men erop gaan zitten?
ü  Kan men die dingen voortduwen met de handen/voeten ,…
ü  Hoe kan men die dingen nog laten voortbewegen?



video parcours

Spelideeën wiskundige initiatie

Bouwen met blokken of kosteloos materiaal 

Met blokken kan je leuke constructies bouwen. Laat je kind eerst zelf aan de slag gaan. Nadien kan je zelf een constructie maken en ze stimuleren om dezelfde te maken. Niet gemakkelijk!
Tip: Niet enkel met blokken kan je bouwen, ga met je kinderen opzoek naar vernieuwend bouwmateriaal. Vb. Sponzen, dozen, steentjes, bekers, wc-rolletjes, …
 LEGO Math from Smarty Buddy Apps and Books! #legocake                               * Tellen maar!
Ook tellen kan je hierbij betrekken.





Sorteren 
See how we made a game out of colour sorting to suit my child's interests. Playing and Learning Begins at Home

Nu we lang thuis zullen zitten, is het tijd om onze speel/slaapkamer nog eens deftig op te ruimen. De kinderen kunnen hun speelgoed op basis van meerdere kwaliteiten sorteren

  • Kleur 
  • Grootte  
  • Soort (bv: alle groenten samen, fruit samen...) 
  • Vorm
Maak duidelijk rond welk kenmerk je werkt, door dozen te plaatsen of vierkanten te trekken met tape op de grond.
Tip: Kan je de gesorteerde stapel nog onderverdelen en rangschikken vb. Het groene speelgoed nog eens van groot naar klein zetten.


Probleemoplossend denken en bouwen 
 Wat is er nu leuker dan een kamp bouwen als je thuis zit?  Zoek samen met je kleuter naar de juiste locatie en materialen.  Gebruik doeken, zetels, kussens en neem op wat je kind nog meer voorstelt “Waarom hebben we dit nodig, wat voor materiaal kunnen we gebruiken om een zachte ondergrond te leggen, …?”  Als het kamp af is, kan je het een naam geven.   Je kan je kind nog eens extra belonen door in de avond samen een leuke film te kijken of verhalen te vertellen met elkaar in het kamp.
                              Hutten bouwen – Toffe Plek
Tip:
- Om het kamp extra aan te kleden kan je gezellige veilige lampen of knuffels toevoegen.
 - Bekijk het afbreken van het kamp ook als leerkans.
 “Waar komt dit kussen vandaan,
- Welk onderdeel van de bank is dit?”

Seriëren 

Seriëren is eigenlijk een moeilijk woord voor ordenen.  Het is belangrijk dat uw kleuter hierop blijft oefenen. Het is immers een voorwaarden voor getalbegrip dat later nodig is om te kunnen rekenen.  Je kan bijna alles ordenen!

Laat uw kleuter dus gerust de knuffels van klein naar groot zetten. Heeft u niet zoveel knuffels? Geen probleem! Met lepels, borden, lege flessen, boeken lukt het ook!  U kunt deze activiteit aanbieden met veel of weinig materiaal. Afhankelijk van het aantal maakt u het juist makkelijker of moeilijker voor het kind.

Manieren van ordenen:

  •  Van groot naar klein. 
  •  Van dik naar dun. 
  •  Van licht naar zwaar. 

 Tellen + rangtelwoorden 

Je neemt enkele auto's, poppen, steentjes,  bloemen of andere materialen die je ter beschikking hebt. Je maakt een telrij voor je kleuter en laat hem/haar tellen.

Daarna kan je overgaan naar de rangtelwoorden (eerste, tweede, derde, …). Dit doe je best ook met concreet materiaal. Je kan je kleuter enkele vragen stellen als:

- Wat ligt er eerst?
 - Wat is laatst?
- Welke is de middelste?
- Is er een middelste?
- Hoeveel poppen, steentjes, bloemen, … liggen er?

Ter differentiatie:  
-  Makkelijk: kortere telrijen maken. Afhankelijk van het niveau van je kind.
 - Moeilijker: langere telrijen maken. Afhankelijk van het niveau van je kind.

           
Stengels van de bloem bouwen
Indien mogelijk ga op wandel met je kleuter en zoek naar verschillende bloemen. Focus op de stengel van de bloem.
Hebben alle bloemen dezelfde stengel?
Wat is er anders?
Hoe lang zijn de stengels?
Kan jij thuis de bloem zijn stengel terugbouwen?
Met welke materialen kan je dit doen?
Probeer een zo lang mogelijke stengel te bouwen!

Variatie: Dit kan ook met kosteloos materiaal door bijvoorbeeld wc-rolletjes te gebruiken als stengel.

Differentiatie:
*Makkelijker: Laat je kleuter zijn stengel neerleggen met de blokjes of wc-rolletjes ernaast. Leg er eventueel een stokje tegen, zodat ze kunnen zien wanneer het klaar is.

*Moeilijker: Laat de kleuters eerst bouwen (een schatting). Nadien kunnen ze hun stengel vergelijken met de toren.  Moeten er nog blokjes bij? Moeten er nog blokjes weg? Is het even lang?

Er was eens, een lieveheersbeestje zonder stippen 
Teken een lieveheersbeestje zonder stippen op een A4 pagina. Schrijf vervolgens verschillende getallen op kleine stukken papier.
Gebruik kurkenstoppen, kralen, knopen of ga buiten op zoek naar enkele stenen of bloemblaadjes.  Je kind kan een kaartje trekken en het juiste aantal stippen leggen op het lieveheersbeestje.
 
Noot: Wiskunde hoeft zeker niet saai te zijn. Kleed de activiteit fijn in door en verhaaltje te lezen over lieveheersbeestjes, een filmpje te kijken over de stippen of zelf een mooi verhaal te verzinnen binnen de activiteit.

Differentiatie:  
*Makkelijker: Gebruik het kwadraatbeeld* op de kaartjes en hou de getallen onder de 15.
* Moeilijker: Gebruik een A3 blad en ga tot getallen boven de 10. Geef de getallen eventueel verbaal aan.  *Kwadraatbeeld   Deze getalbeelden gebruiken de leerlingen als ondersteuning bij het oplossen van een oefening.




Rangorde via beweging


Naam spel: Rangorde via beweging
Leeftijd: 2de / 3de kleuterklas
doel: Als spelend en bewegend kennis maken met begrippen. Een parcours afleggen waarbij de kleuters ergens OVER- OP-ONDER- stappen, lopen of andere verplaatsingstechnieken.
 De kleuters maken kennis met de begrippen: NAAST-VOOR-NA-TUSSEN-ONDER-OP ,EERSTE, LAATSTE, MIDDELSTE, VORIGE, VOLGENDE, VOORLAATSTE, 1STE, 2de , 3de , 4de , 5de … dit door actief ervaringen op te doen.
Organisatie:
De kleuters staan voor de rijen. Bespreek met de kleuter vooraf de begin en de looprichting. Tel samen de auto’s, stoelen, beren,.. 1, 2 ,3 4, 5 



Benodigdheden :–          Stoelen
–          Tafels
–          kussens
–          markeertape
Je kan ook andere dingen gebruiken zoals:
-stenen
-kruisjes met stoepkrijt op de grond zetten
-dozen/ boxen
-enz.
Locatie: klas/ buiten
Tijd: 15 min.
Opdracht:De leerkracht laat de kleuters voorwerpen plaatsen op de aangeduide plaatsen. Hierbij verwoordt de leerkracht telkens op welke plaats het voorwerp wordt geplaatst (1ste/2de/3de/4de/5de plaats)
De kleuters gaan in groepjes voor een rij van stoelen, tafels, kussens staan.
De leerkracht geeft de opdrachten:
– ga zitten op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– kruip onder de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– loop een rondje rond de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen
– kruip over de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/tafel/stoel/kussen
– ga staan op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/tafel/stoel/kussen
– leg je hand op de 1ste/2de/3de/4de/5de plaats/stoel/tafel/kussen.
– …
*differentatie:
° de kleuters laten kennis maken met voorkeurshand: Zet een hand op… zet je andere hand op …, onder, tussen, …
° de kleuters laten kennis maken met links- rechts : Zet de linkerhand op… zet je rechterhand op …, onder, tussen, …
° de kleuters zelf een stoel, auto, beer enz. laten kiezen en de kleuters vernoemen op welke stoel, auto enz. ze zitten: kleuter gaat op de 2de stoel zitten-kleuter vernoemt ik zit op de 2de stoel,  ik sta op de 5de auto, 

Je kan nog meer opdrachten laten uitvoeren of zelf verzinnen dat de kleuters kunnen doen. Het is de bedoeling dat ze de begrippen en rangorde op een leuke manier aanleren.Dit kan ook door de begrippen en rangorde te oefenen in dagdagelijkse gebeurtenissen (hieronder enkel tips)

-Als je gaat fietsen: kijk rondom u laat de kleuter vertellen wat hij ziet, stel vragen aan uw kleuter (taal is heel belangrijk bij kleuters).
ü Zeg eens wat zie jij in de wei staan? Hoeveel poten heeft dat? Hoeveel oren heeft dat?
ü Zie jij ook die vogel? Op de hoeveelste tak zit die?
ü Hoeveel auto’s zijn er VOOR ons?
ü

-tafel klaar zetten en andere huishoudelijke taken.
ü Neem 4 vorken en leg de vork  links NAAST het bord
ü Neem voor iedereen een glas en zet het glas OP de tafel, bovenaan het bord
ü Met hoeveel personen telt ons gezin? Leg zoveel messen op tafel rechts van het bord…

-trampoline:
ü Spring 1 keer , 2 keer,  5 keer.
ü Spring 2 keer op uw linkse been
ü Spring 5 keer laag en steek uw rechterarm in de lucht

-wandelen en hoeveelheden:
ü Laat de kleuter onderweg alle paarden tellen die hij / zij tegenkomt  (tot 10)
ü Kom je een hond tegen , vraag hoeveel honden je kleuter ziet.
ü Zoek samen 5 steentjes, 2 blaadjes, 4 bloemen, …

IK WENS JULLIE VEEL PLEZIER MET DE BEWEGINGSLES

Wereldoriëntatie


Het zijn vreemde tijden voor iedereen. Het Covid-19 virus heeft ons land in zijn macht. Het zou goed kunnen dat u thuis zit met zoon, dochter, broer of zus omwille van de opgeschorte lessen. Als kleuteronderwijzeres weet ik dat dit niet altijd gemakkelijk is. 


Ook heeft het corona-virus invloed op mijn leven en dat van de kleuters. Daarom deze blog: zodat de kleuters toch nog wat bijleren op een speelse, leuke en simpele manier. Op mijn blog vind je al heel wat ideeën en tips maar nu wil ik specifiek wereldoriëntatie in de picture zetten.

1. Sporentocht  Leg buiten met kosteloos materiaal of natuurmateriaal een spoor dat je kinderen kunnen volgen.  Op verschillende plaatsen kan je opdrachtjes voorzien.  
Speurtochten: stippel je route uit - Kiind
Mogelijke sporen:
 Een pijl tekenen met krijt
 Takjes, steentjes, dopjes, flesjes in een rij
 Maak een echte schatkaart
Mogelijke opdrachtjes: 
 Motoriek: Op één of twee benen springen tot een bepaald punt
 Zintuigen: Je kinderen zoeken iets dat je verstopt hebt
 Taal: Zoek drie woorden die rijmen op.../ die beginnen met de letter ...
 Muziek: Zing een liedje: Welk liedje neurie ik?
 Fijne motoriek/natuur: Maak met takjes en blaadjes een mannetje
 Drama: Uitbeelden van dieren of handelingen


2.Fotozoektocht op straat 
Stippel in je straat of in een bos een route uit. Je gaat eerst alleen en trekt onderweg al foto’s van zaken die je tegenkomt: dit kan een verkeersbord zijn, een leuk detail, dieren in de wei, …  Nadien stap je met je kinderen de route. Je laat hen bij vertrek je eerste foto zien. Pas als ze gevonden hebben wat er op je foto stond, laat je de tweede foto zien. Zo ga je steeds verder.  Indien je liefst niet onnodig buiten wil, kan je deze zoektocht ook doen op weg naar de winkel.

3.Drijven en zinken, magnetisch of niet?  
 Drijven en zinken : Werkblad bij de experimenteerbak ...
Je zet een bak met water klaar. Voorzie verschillende kosteloze materialen, zoals een magneet, een potlood, een kurk, aluminiumfolie, een paperclip, steentjes, een spons, een bad-eendje...

*Laat je kinderen ontdekken wat drijft of zinkt.
*Hetzelfde kan je doen met magnetische krachten of niet. Geef je kinderen een magneet en laat ze in het huis ontdekken wat magnetisch is. Om het eenvoudiger te maken, kan je zelf ook materialen voorzien.

Tip:  Op Pinterest vind je heel wat werkblaadjes die ze hierover kunnen invullen.
werkblaadjes: drijven/zinken/magnetisch

4.Blotevoetenpad 
Voorzie verschillende dozen of bakjes met materiaal in.  De kinderen stappen er op blote voeten door.
*Stimuleer hen om goed te voelen met hun voeten:
Zelf een blotevoetenpad maken - Mamaliefde.nl
- Wat voel je? Hard/zacht/nat/droog/koud/warm...  
- Durf je springen?  
- Voel ook eens met je hand!  
- Ruik er eens aan!
                                                     
Stimuleer de zintuigen maar!

5.Buiten kriebelbeestjes zoeken: 
* Ga samen met je kind in de tuin op zoek naar verschillende kriebelbeestjes. Dit kan je doen in je tuin of tijdens een wandeling. Zie je ergens een spin of een lieveheersbeestje?
* Je kan ook op zoek gaan naar verschillende natuurmaterialen die typerend zijn voor de lente.  Zie je bloemen? Welk kleur hebben ze? Hoe heet deze bloem? Wat hoor je (bv: vogels die fluiten...)
* Bespreek samen hoe de beestjes en planten/bloemen eruitzien. Ruik eraan, voel er voorzichtig aan. Hoe voelt de bloem? Hoe ruikt de bloem?  Hoeveel poten tel je?
                                           juf Hilde en haar kleuters
!!! Belangrijk: Wil je beestjes even bijhouden om beter te kunnen bekijken? Geen probleem, maar doe dit voorzichtig en laat ze op tijd weer vrij! Vergeet geen luchtgaatjes te prikken. Maak misschien een leuk insectenhotel voor je nieuwe huisgenoot?

6.Zaadjes planten: 
Niets is leuker dan in de lente je eigen zaadjes planten.
* Bedenk samen wat je nodig hebt.
* Je kan eventueel een stappenplan hiervoor gebruiken (oudste kleuters).stappenplan 
* Plant zaadjes en kijk elke dag of er iets veranderd. Wat zie je?
                                  Waterkers mannetjes | Thema
Tip: Tuinkers/cresson komt snel uit!
Je kan de tuinkers zaaien in potgrond, maar ook met watjes lukt het.
😍Een leuk extraatje: versier je potje waarin je de tuinkers plant. Zaaien met watjes:

7.Lenteschoonmaak: 
Niets zo fijn als mama of papa helpen met de lenteschoonmaak. Je kleuter gaat spontaan de verschillende materialen ontdekken. Waar dient die gekke spons voor? Wat kan ik met een zeem doen? Je kan nadien eventjes genieten van het ‘lenteschoon’ gevoel.

Differentiatie:
* Gemakkelijker: Laat de kleuters experimenteren met de verschillende materialen die je gebruikt tijdens een lenteschoonmaak.
* Moeilijker: Voorzie een stappenplan voor oudere kleuters. Vb. Een stappenplan voor het poetsen van de ramen. Of leer je kleuter een techniek aan, zoals het wegtrekken van het water, …


Ik wens jullie veel plezier en hoop dat jullie iets aan mijn ideeën hebben.

Bedankt aan de laatstejaars studenten voor de mooie bundel , daar komen deze dingen van en bedankt dat ik deze mocht delen.
Helen Van Look, June Voeten, Gwen Pieters, Jolien Wissaert, Laura T’Seyen, Jade Lindekens, Famke Bolssens, Lauri Smolders, Margo Henderickx, Martha Van den Bergh en Yolanda Tutenel 

woordherkenning



                     Leren lezen in de kleuterklas gebeurt op een speelse leuke manier.
                         Het begint met letter-woordherkenning.

Vanaf ongeveer het vijfde levensjaar krijgen kinderen, naast de inhoud van geschreven taal ook interesse in de vormaspecten van taal. Uitingen als  "die letter is uit mijn naam" of "dat is de letter van mama",laat zien dat het kind een belangrijke stap zet naar geletterdheid. Vooral het besef dat woorden uit letters bestaan en aan elkaar gekoppeld worden, is van belang voor de ontwikkeling van letterkennis en het leren lezen.




Tips:

* Knip een woord uit een boekje of schrijf een woord in drukletters op en laat uw kind dat woord zoeken in boekjes. Eventueel kan het kind de woorden uitknippen en opplakken.

* Zeg een letter en kind zoekt in huis dingen die beginnen met die letter. vb . letter A, kind zoekt dingen die beginnen met de letter A: appel, auto, afstandsbediening, afdak, afwasmachine ,...

* Laat uw kind letters uit zijn naam een letterrups maken, door dingen te zoeken die met die letter beginnen. vb. mijn naam is Debby= D ik leg een DRUIF op tafel, daarnaast E ik leg een EI naast de druif, B BEER, B BLOEM, Y YOGAMATJE.  Zo maak ik mijn naam met dingen die ik gevonden heb.

* Het kind kan ook letters uitknippen uit boekjes en zijn /haar naam namaken met de gevonden letters. Dit kan natuurlijk met woorden, namen van gezinsleden, dieren enz.

* Zeg een woord, laat het kind het woord spellen (letters zeggen dat het kind hoort) . Men kan deze letters weer zoeken in boekjes of dingen in huis gaan zoeken die beginnen met die letter. vb. BAL (kind zegt  B A L) B zoekt voorwerp met de B balpen, A zoekt voorwerp met A aardbei, L zoekt voorwerp met L lamp. 

woordherkenning online

werkblaadjes woordherkenning